ELCHANAN | Gastenboek | REAGEREN ?? | Joodse vluchtelingen | Yeshua en het midden oosten conflict | zonder kleur van de media | Nieuws rechtstreeks uit Israël | Valse berichtgevingen over Israël | De moefti van Jeruzalem. | HOE LANG NOG .............. | WIE ISRAEL HAAT......... | CHAOS ! | SAMARIA en JUDEA | Het geheime wapen van Israël | Messiaanse profetieën | Bezette gebieden ?? | Islam en Christendom | Liegen in de Islam | Uw Volk is mijn volk. | Israël: Vrede of het einde ? | De laatste dagen. | De Thora | De Thora 2 | De boodschap in de Tenach | FOTO'S RONDOM JERUSALEM | Interessante links | Palestina. (studie) | Bruiloft te Kana (studie) | Kerstfeest (studie) | Chanuka (studie) | Joodse identiteit van de gemeente (studie) | De Naam YESHUA (studie) | Wekenfeest - Pinksteren (studie) | waarom strijd in Midden Oosten ? | Terrorist vindt Jezus | 2 + 2 = 4 | Wat God echt wil..... | Wees eerlijk !!! | Wat met de toekomst ? | Geen tijd voor Yeshua | De Nederlandse media en Israël | De strijd is begonnen.... | Verzoening tussen Jood en Arabier | Identiteit van de palestijnen. | Israël liefhebben vanuit Gods hart. | HIEP HIEP HOERA ??? | Zicht op onze Joodse wortels | De namen die Israël vormen. | HOEZO BEZETTING ? | De roep van de Sjofar | JAHWE en allah dezelfde ?? | Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde | Het islamitisch geloofsdogma | God is één ; Adonai Echad ! | Poeriem / Najaarsfeesten. | The passion of CHRIST | Messias belijdend jodendom. | De tranen van Jezus | Politiek of Bijbels Zionisme ? | Slippendragers van satan | Hitler en Israël | Bief aan minister Bot | De Kruisiging | Speciaal voor jou !! | Terreur ?!? | De islam | Israël en Europa | Arafat is dood....nu eindelijk de waarheid | tekenen der tijden | Sabbath vieren | PROFETISCHE TEKENEN | De les der geschiedenis.

 

Joodse vluchtelingen uit Moslimlanden

Veelvuldig word in de media melding gemaakt over de 'Palestijnse vluchtelingen'. Zelden wordt er echter melding gemaakt van de 'Vergeten vluchtelingen'. Joden die moslim landen moesten ontvluchten na het uitroepen van de Joodse staat.
Zij worden vaak 'vergeten vluchtelingen' genoemd, omdat er nauwelijks aandacht is besteed aan hun verdrijving. Enerzijds omdat zij niet tijdens ťťn oorlog hun geboorteland verlieten, maar verspreid over een periode van 20 tot 30 jaar, anderzijds omdat zij allen een nieuw thuis hebben gevonden: tweederde van hen werd in IsraŽl opgevangen en de rest vestigde zich in hoofdzakelijk Westerse landen. Zij worden ook vergeten genoemd omdat de VN hun verdrijving nooit heeft veroordeeld, zij geen hulp van de VN kregen en geen erkenning of schadeloosstelling door de Arabische landen of de internationale gemeenschap.
IsraŽl wijst er vaak op dat de verdrijving van de Joden uit de Arabische wereld minder gerechtvaardigd was dan de verdrijving van de Arabieren uit IsraŽl, die tenslotte zelf een oorlog tegen de Joden waren begonnen, en dat de Arabische landen de Arabieren zouden moeten herhuisvesten zoals de IsraŽli's allang met de Joodse vluchtelingen hebben gedaan. Er was in die optiek sprake van een uitwisseling van bevolkingsgroepen, zoals dat bij meer conflicten tussen staten in de 20ste eeuw gebeurd is (India en Pakistan, Griekenland en Turkije, enz.).
Vreemdgenoeg heeft dit probleem ook zo z'n voordelen. Doordat IsraŽl wel Joodse vluchtelingen op vangt en andere dit niet doen geeft aan dat IsraŽl daadwerkelijk bestaansrecht heeft. Het bieden van een veilig toevluchtsoord aan vervolgde Joden was ťťn van de hoofdredenen voor de oprichting van de Joodse staat. De Arabische landen bevestigden zo feitelijk het bestaansrecht van IsraŽl.
Alleen vanuit Jemen waren al vanaf eind 19de eeuw duizenden Joden naar 'huis' terug gekeerd.
De Joodse bevolking in de Arabische wereld en PerziŽ (Iran) telde in 1948 nog 800.000 tot 900.000 personen. Sinds de oprichting van IsraŽl is dit aantal afgenomen tot minder dan 8.000 in Arabische landen en 25.000 in Iran.
Na de oorlog van 1948 tussen IsraŽl en de Arabische landen, de onafhankelijkheid van Arabische landen die voorheen Franse en Britse kolonieŽn of protectoraten waren, en de Zesdaagse Oorlog van 1967, verslechterde de positie van de Joodse gemeenschappen in de Arabische wereld door pogroms en vervolging en discriminatie door de overheden, en vluchtten de meeste Joden weg of werden verdreven.
IsraŽl nam - zonder steun van NVO organisaties zoals de VN - zo'n 600.000 Joodse vluchtelingen uit Arabische landen op. Velen moesten jarenlang bivakeren in tentenkampen (ma'abarot) voor er huisvesting voor hen beschikbaar kwam. De integratie in de door Ashkenasi Joden van Europese herkomst gedomineerde IsraŽlische samenleving verliep aanvankelijk moeizaam, daar deze de nieuwkomers en hun cultuur als achtergebleven beschouwden.
De overige Joodse vluchtelingen en emigranten trokken overwegend naar de VS, Canada en Frankrijk.

Exodus
Na de verwoesting van de Tweede Tempel, door de Romeinen, trokken de Joden de wereld over. Een deel naar Oost-Europa, dat werden later de askenaziem genoemd. De anderen trokken naar het middenlandsezee gebied. Zij worden vaak aangeduid als Sefardische (Spaanse) of Mizrahi (Oosterse) Joden, de eersten verwijzend naar het Iberische schiereiland van waaruit zij in de Middeleeuwen waren verdreven, de tweede verwijzend naar de Joodse gemeenschappen die soms al meerdere millennia woonden in wat in de zevende eeuw Arabisch en islamitisch gebied werd. De termen Sefardi en Mizrahi worden tegenwoordig beide wel gebruikt om deze groepen gezamenlijk aan te duiden, die hun religieuze en culturele tradities grotendeels gemeen hebben.
De oude Joodse gemeenschappen in het Midden-Oosten en Noord-Afrika leefden sinds de islamisering van deze gebieden met de status van dhimmi, een ondergeschikte positie die gold voor joden en christenen in moslimlanden, met beperkte rechten op religieus, wettelijk en sociaal-economisch gebied.
Vaak hadden Joden (met name de elite) ook een uitzonderlijke positie doordat ze in de handel aktief waren en relatief mobiel waren; ze werden als intermediars ingezet door Arabische heersers en later door de koloniale machten, met name Frankrijk (die bijv. de Algerijnse joden de Franse nationaliteit gaf) en Engeland. Egypte nodigde in de negentiende eeuw joden uit zich daar te vestigen om de economische ontwikkeling (met name de handel) te bevorderen. Deze joden en hun afstammelingen kregen echter geen Egyptisch staatsburgerschap. De Joden werden ook de dupe van spanningen tussen de Arabische bevolking en de Europese machthebbers, zoals bij een pogrom in het Joodse getto van Fez (Marokko) in 1912, die 51 Joden het leven kostte.

Nieuwe exodus
De 20ste eeuwse exodus was veelal het gevolg van antisemitisme en vervolging door de moslim meerderheid en/of door de regeringen van de Arabische landen. De vlucht van de Joden uit islamitische landen nam massale vormen aan na het uitroepen van de staat IsraŽl, de dekolonisatie van de betreffende landen en de oorlogen tussen IsraŽl en haar buren in 1948, 1956 en 1967.
Kort voordat de VN in 1947 het delingsplan voor het Brits mandaatgebied aannamen, waarschuwden verschillende woordvoerders van Arabische staten dat er in hun landen rellen en pogroms zouden uitbreken, en dat zij geweld tegen hun eigen Joodse minderheden niet zouden kunnen voorkomen als het delingsplan werd aangenomen. Tijdens de IsraŽlisch-Arabische oorlog van 1948 namen veel landen beperkende maatregelen tegen hun Joodse minderheden, die men beschouwde als een "vijfde kolonne" van IsraŽl.
In 1949 dreigden de Arabische staten hun Joodse minderheden te verdrijven als de Arabieren niet zou worden toegestaan terug te keren naar IsraŽl. Ondanks die dreigementen was men er beducht voor om de Joden daadwerkelijk te verdrijven, omdat men vreesde dat zij naar IsraŽl zouden gaan en daarmee de vijand zouden versterken. Na 1948 hadden verschillende landen daarom emigratie van hun Joodse inwoners verboden, dan wel voor een beperkt aantal jaren toegestaan, vaak met als voorwaarde dat zij afstand zouden doen van hun staatsburgerschap en hun bezittingen zouden achterlaten, en dat zij zouden verklaren zich niet in IsraŽl te vestigen. In verschillende landen hadden Zionistische organisaties de Joden opgeroepen tot emigratie; soms moesten ze een soort 'losgeld' betalen om hun vertrek mogelijk te maken (Marokko), regelde IsraŽl de reis (Jemen) of moesten ze het land worden uitgesmokkeld (SyriŽ). Egypte zette haar Joodse inwoners eigenhandig het land uit.
De situatie wordt hieronder per land beschreven.

Marokko
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 265.000 / 2001 - 5.000 of 17.000?
In Marokko waren al minstens tweeduizend jaar Joodse gemeenschappen. Uit de vroege Middeleeuwen zijn enkele grote massaslachtingen op Joden in Marokko bekend, maar nadien scheen hun situatie wat te verbeteren. Uit Spanje verdreven Joden mochten zich in de 15de eeuw in Marokko vestigen. Als dhimmi's hadden ze echter een ondergeschikte positie, en in het begin van de 19de eeuw werden ze gedwongen in ommuurde getto's te gaan wonen.
De discriminatie werd grotendeels opgeheven toen Marokko in 1912 een Frans protectoraat werd. Tijdens de Tweede Wereldoorlog weigerde koning Mohammed V om zijn Joodse onderdanen aan het met de Nazi's collaborerende Vichi regime uit te leveren. Nochtans moest hij antisemitische maatregelen doorvoeren, en werden Joden met Frans staatsburgerschap wel gedeporteerd.
In juni 1948 braken rellen tegen de Joden uit, waarbij 44 Joden omkwamen, en een jaar later vielen weer doden bij rellen in noord-Marokko. Een onofficiŽle economische boycot werd tegen de Joden ingesteld. In 1948-1949 emigreerden 18.000 Joden naar IsraŽl, waarna de emigratie terugliep tot enkele duizenden per jaar. Behalve discriminatie en (de dreiging van) geweld, speelde ook de toenemende armoede een rol bij de emigratie; vooral de verpauperde Joden uit zuid-Marokko vertrokken als eersten, met steun van Joodse organisaties en van IsraŽl. In de vroege jaren '50 moedigden Zionistische organisaties emigratie naar IsraŽl aan, maar die steeg vooral weer met sprongen toen Marokko in 1955 onafhankelijk werd. In 1956 verbood de Marokkaanse regering emigratie geheel, maar illegaal bleven jaarlijks enkele duizenden Joden naar IsraŽl vertrekken. In de jaren '60 werd door de nieuwe koning, Hassan II, tegen betaling weer emigratie toegestaan, en emigreerden in 4 jaar tijd 100.000 Joden uit Marokko. Tussen 1948 en 1967 waren bijna 238.000 Joden uit Marokko naar IsraŽl geemigreerd. Na de oorlog van 1967 namen de spanningen in Marokko toe en emigreerden vooral Joden uit de middenklasse naar Europa en Noord-Amerika; in 1971 waren er nog zo'n 35.000 Joden in Marokko over. De meerderheid leeft tegenwoordig in Casablanca.
Koning Hassan II nodigde in zijn latere jaren de emigranten uit om terug te keren naar Marokko, maar hieraan werd vrijwel geen gehoor gegeven. Wel bezoeken Joodse emigranten tegenwoordig Marokko, en wordt de Joodse gemeenschap door de overheid beschermd.
Het klimaat voor Joden in Marokko is ťťn van de tolerantste in de Arabische wereld. Nochtans verschillen de meningen over de relaties tussen joden en moslims in Marokko aanzienlijk:
Een Amerikaanse Jood in Marokko schrijft er zeer mild over in "Why Jews emigrated from Morocco".
Een Morokkaanse schrijver had een ander oordeel over de houding van zijn mede moslims tegenover hun joodse buren:
"The worst insult that a Moroccan could possibly offer was to treat someone as a Jew.... My childhood friends have remained anti-Jewish. They hide their virulent anti-Semitism by contending that the State of Israel was the creature of Western imperialism.... A whole Hitlerite myth is being cultivated among the populace. The massacres of the Jews by Hitler are exalted ecstatically. It is even believed that Hitler is not dead, but alive and well, and his arrival is awaited to deliver the Arabs from Israel."
(Said Ghallab, "Les Juifs sont en enfer," in Les Temps Modernes, (April 1965), pp. 2247-2251)

Egypte
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 80.000 / 2001 - 200
De meerderheid van de Egyptische Joden stamden niet af van de millenia-oude Joodse gemeenschap daar, maar van immigranten die in de tweede helft van de 19de eeuw naar Egypte waren gekomen op uitnodiging van het toenmalige staatshoofd. Onder Brits bestuur was het aantal Joden in Egypte nog toegenomen tot bijna 100.000 door de toelating van vluchtelingen uit Oost-Europa.
Diverse nationaliteitenrichtlijnen vanaf 1869 werden door Egyptische functionarissen uitgelegd als dat Joden geen Egyptische nationaliteit hadden, en de nationaliteitenwet uit de jaren '20 sloot 85% van de Joden definitief uit van Egyptisch staatsburgerschap, doordat deze alleen mensen van Arabische afkomst en moslims als Egyptenaren erkende.
Begin jaren '40 vonden de eerste pogroms plaats, door toedoen van de Mufti van Jeruzalem, die de Egyptische bevolking tegen de Joden ophitste. Mede vanwege de weerstand tegen de Britse overheersing steunden diverse groeperingen tijdens de oorlog Nazi-Duitsland. (In de jaren '50 gaf Egypte zelfs asiel en staatsburgerschap aan Duitse oorlogsmisdadigers.) De spanningen namen verder toe na de oorlog. In 1947 kostte een wijziging van de wet op de bedrijven veel Joden en andere etnische minderheden hun baan, doordat nog maar 10% van het personeel uit niet-Egyptenaren mocht bestaan. In 1948 stierven minstens 70 Joden door bomaanslagen op Joodse buurten in Cairo en kwamen velen om bij rellen. Honderden anderen werden gearresteerd en hun bezittingen in beslag genomen. Tot midden jaren '50 vertrokken minstens 34.000 Egyptische Joden naar IsraŽl met achterlating van hun bezittingen. Na de Lavon Affaire van 1954 (een schandaal waarbij IsraŽlische spionnen in Egypte aanslagen tegen Westerse doelen planden) en de Suez Oorlog van 1956, werden bijna 25.000 Joden uit Egypte verbannen en hun bezittingen geconfisceerd, en 1.000 anderen gevangen gezet.
Na de Zesdaagse Oorlog in 1967 werd het merendeel van de 15.000 overgebleven Joden gedwongen Egypte te verlaten, sommigen na maandenlange gevangenschap en mishandeling en marteling. Tweederde van de Egyptische Joden vestigde zich in IsraŽl.
Nadat Egypte in 1979 vrede sloot met IsraŽl werden de rechten van de overgebleven Joden hersteld, maar erkenning van de verdrijvingen en confiscaties is uitgebleven. Met nauwelijks nog Joden in het land en ondanks het vredesverdrag met IsraŽl, is antisemitisme in hedendaags Egypte wijd verbreid en wordt het aangewakkerd in de door de staat gecontrolleerde media.

TunesiŽ
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 105.000 / 2001 - 1.000 tot 2.000
Tijdens de Tweede Wereldoorlog leed de Joodse gemeenschap onder de Duitse bezetting, die een half jaar duurde, maar na de oorlog bloeide de Joodse gemeenschap weer op. Na de onafhankelijkheid van Frankrijk in 1956 werden echter alle joodse instituties opgeheven, en werd de oude Joodse wijk van Tunis - waar ruim de helft van de Tunesische Joden woonde - gesloopt ten behoeve van stadsvernieuwing. Met name de Suezcrisis en de Zesdaagse Oorlog gingen gepaard met rellen en aanvallen op de Joodse gemeenschap. De meeste Joden emigreerden naar Frankrijk en zo'n 40.000 naar IsraŽl. In 1967 waren er nog 20.000 Joden over in TunesiŽ. De Tunesische regering veroordeelde het geweld, en riep de Joden op om te blijven. Sinds de jaren '80 biedt de overheid actieve bescherming aan de resterende Joodse gemeenschap.

Jemen
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 63.000 / 2001 - 200 tot 1.000
In 1948 telde Jemen 55.000 en Aden (in zuid-Jemen, destijds een Britse kroonkolonie) 8.000 Joodse inwoners. Ze worden ook wel Temani genoemd.
In Jemen bestond aan het begin van onze jaartelling enkele eeuwen een Joods koninkrijk, waarna Ethiopische christenen en nadien moslims de macht overnamen. De Joodse gemeenschap in Jemen was arm en achtergesteld. Eind 19de eeuw vertrokken al enkele duizenden Joden uit Jemen naar Jeruzalem. Na de onafhankelijkheid van Jemen in 1918 werden oude islamitische wetten opnieuw ingevoerd en werden de Joden weer tot tweederangs burgers gedegradeerd, waarna tot 1945 in totaal 17.000 Joden naar Palestina emigreerden.
Ruim 80 Joden kwamen om bij rellen in Aden in 1947 (na aanname van het delingsplan van Palestina), waarbij veel Joodse huizen en winkels vernield werden, en begin 1948 braken er rellen uit in Jemen n.a.v. vermeende rituele moorden. Van 1949 tot 1950 werden in een geheime operatie bijna 50.000 Joden uit Jemen en Aden per vliegtuig naar IsraŽl overgebracht. Duizenden anderen verlieten het land in de jaren '50.

Irak
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 150.000 / 2001 - 100
Na een pro-Duitse couppoging in 1941 kwamen circa 200 Joden om bij rellen in Bagdad. Na 1948 was emigratie van Joden enkele jaren verboden, omdat Irak vreesde dat zij naar IsraŽl zouden gaan. De toenemende repressie en antisemitisme zette intussen een grote druk en onzekerheid op de Joodse gemeenschap. Onder diplomatieke druk stond Irak vanaf maart 1950 een jaar lang emigratie toe, en verlengde die termijn daarna nog eens. Emigranten raakten hun staatsburgerschap kwijt en hun bezittingen en tegoeden werden geconfisceerd.
Na enkele bomaanslagen (waarvan sommigen IsraŽl betichtten) verlieten ongeveer 120.000 Irakese Joden het land met IsraŽlische hulp. In 1951 werden ondergrondse Zionistische groepen ontmaskerd en gearresteerd, waarvan enkele leden werden veroordeeld voor de bomaanslagen en werden opgehangen.
Het merendeel van de enkele duizenden overgebleven Joden verliet Irak in de loop van de jaren '60 en '70, vooral toen de repressie en vervolging verder toenam na de machtsovername van de Ba'ath partij en de Zesdaagse Oorlog. In 1968 werden 11 Joden en 3 anderen opgehangen op beschuldiging van spionage.

SyriŽ
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 30.000 / 2001 - 100
In 1943 leefden 17.000 Joden in Aleppo en 11.000 in Damascus. Emigratie naar Palestina werd vanaf 1945 door de regering beperkt, en er waren rellen in 1945 en 1947. Bij de pogroms van 1947 kwamen 75 Joden om in Apello en ontvluchten 7.000 de stad. De regering nam in de daaropvolgende jaren Joodse eigendommen in beslag, ontsloeg Joodse overheidsambtenaren en beperkte hun bewegingsvrijheid. De meeste Joden ontvluchten SyriŽ illegaal, vaak met hulp van buitenaf. 10.000 Joden emigreerden naar de VS en 5.000 naar IsraŽl. Een Canadese Jodin hielp vanaf de jaren '70 heimelijk meer dan 3.000 Joden uit SyriŽ te ontsnappen, vaak tegen betaling van losgeld. Begin jaren '90 woonden er nog duizenden Joden in SyriŽ, toen de regering onder Amerikaanse druk visa begon te verstrekken (op voorwaarde dat ze niet naar IsraŽl zouden emigreren). Het merendeel vertrok toen naar de VS, van waaruit een aantal later alsnog naar IsraŽl emigreerden.

Algerije
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 140.000 / 2001 - 0
Vanaf de Franse kolonisatie in 1830 werden de Algerijnse Joden geleidelijk verfranst. In 1841 vielen zij onder het Franse rechtssysteem en in 1845 werde Franse Joden in Algerije als hoofdrabijnen aangesteld. Vanaf 1865 konden Algerijnse Joden en moslims het Franse staatsburgerschap aanvragen. Onder druk van prominente Franse Joden kregen in 1870 alle Algerijnse Joden het Franse staatsburgerschap, met als doel hen de Franse cultuur en beschaving bij te brengen. De Algerijnse Joden verfransten binnen ťťn generatie.
Anti-Joodse rellen vonden alleen plaats in 1934 in Constantine, met 25 doden tot gevolg. Na de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 werd de Joden hun economische rechten ontnomen, en de nationaliteitenwet van 1963 sloot hen uit van Algerijns staatsburgerschap. Bijna 130.000 Joden emigreerden daarop naar Frankrijk, waarvan ze wel het staatsburgerschap hadden. Sinds 1948 zijn meer dan 25.000 Algerijnse Joden naar IsraŽl geemigreerd. De laatste jaren vertrekken vanuit Frankrijk veel Joden van Algerijnse afkomst naar IsraŽl.

Libanon
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 5.000 tot 7.000 / 2001 - 100
Hoewel er al in de oudheid een Joodse gemeenschap in Beiroet was, kwamen veel Joden pas in de 20ste eeuw naar Libanon, o.a. vanuit Turkije en Griekenland. Onder Frans bestuur verbeterde de positie van de Joden en ook de gemengde bevolkingsopbouw van Libanon zorgde voor een relatief tolerant klimaat. De Joodse gemeenschap steunde de onafhankelijkheid van Libanon in 1943 en had gemengde gevoelens over het Zionisme. In 1948 waren er rellen, en werden de Joden verplicht tot een financiŽle bijdrage aan de strijd tegen IsraŽl.
De toegenomen spanningen leidden in de jaren '50 en '60 tot het vertrek van de meeste Joden uit Libanon. In 1974 waren er nog 1.8000 Joden over, die grotendeels tijdens de Libanese burgeroorlog alsnog het land verlieten. In de jaren '80 werden enkele Libanese Joodse zakenmensen door Hezbollah ontvoerd.

LibiŽ
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 38.000 / 2002 - 0
Ten tijde van de Italiaanse kolonisatie in 1911 woonden er ongeveer 21.000 Joden in LibiŽ, in 1948 was dit aantal gegroeid naar circa 38.000; tegenwoordig wonen er geen Joden meer.
In de late jaren '30 nam de repressie toe door anti-Joodse wetten. De Joden vormden in 1941 een kwart van de bevolking van Tripoli. Tijdens de Duitse bezetting van de Joodse wijk in 1942 kregen zij het zwaar te verduren, maar ook na de bevrijding door de Britten werd het niet veel beter.
Bij pogroms in 1945 waren in Tripoli meer dan 140 Joden omgekomen en de meeste synagogen geplunderd. In juni 1948 kwamen weer Joden om bij pogroms, waarna zo'n 3.000 Joden illegaal het land ontvluchtten naar IsraŽl. Toen de Britten in 1949 emigratie toestonden, verlieten in enkele jaren tijd nog ruim 30.000 Joden het land.
In 1951 werd LibiŽ onafhankelijk. Na de Suez Crisis van 1956 vonden weer pogroms plaats, waarna nog slechts zo'n 100 Joden in LibiŽ overbleven. De laatste daarvan stierf in 2002.
Na 1956 werden door de Libische regering verschillende wetten aangenomen die de vluchtelingen hun staatsburgerschap en bezittingen afnam en alle contacten met IsraŽl verbood.

Bahrein
Geschatte Joodse bevolking: 1948 - 600 / 2006 - 36
De kleine Joodse gemeenschap in Bahrein stamde hoofdzakelijk af van immigranten uit Irak van begin 20ste eeuw. In de decennia na 1948 verlieten de meesten het land, o.a. naar Engeland.
Bahrein is de enige Golfstaat met een synagoge, en de verhoudingen met de Arabische meerderheid zijn goed te noemen. In 2002 werd een Jood in het parlement gekozen.

 

Laatste wijziging op: 07-09-2008 21:11