ELCHANAN | Gastenboek | REAGEREN ?? | Joodse vluchtelingen | Yeshua en het midden oosten conflict | zonder kleur van de media | Nieuws rechtstreeks uit Israël | Valse berichtgevingen over Israël | De moefti van Jeruzalem. | HOE LANG NOG .............. | WIE ISRAEL HAAT......... | CHAOS ! | SAMARIA en JUDEA | Het geheime wapen van Israël | Messiaanse profetieën | Bezette gebieden ?? | Islam en Christendom | Liegen in de Islam | Uw Volk is mijn volk. | Israël: Vrede of het einde ? | De laatste dagen. | De Thora | De Thora 2 | De boodschap in de Tenach | FOTO'S RONDOM JERUSALEM | Interessante links | Palestina. (studie) | Bruiloft te Kana (studie) | Kerstfeest (studie) | Chanuka (studie) | Joodse identiteit van de gemeente (studie) | De Naam YESHUA (studie) | Wekenfeest - Pinksteren (studie) | waarom strijd in Midden Oosten ? | Terrorist vindt Jezus | 2 + 2 = 4 | Wat God echt wil..... | Wees eerlijk !!! | Wat met de toekomst ? | Geen tijd voor Yeshua | De Nederlandse media en Israël | De strijd is begonnen.... | Verzoening tussen Jood en Arabier | Identiteit van de palestijnen. | Israël liefhebben vanuit Gods hart. | HIEP HIEP HOERA ??? | Zicht op onze Joodse wortels | De namen die Israël vormen. | HOEZO BEZETTING ? | De roep van de Sjofar | JAHWE en allah dezelfde ?? | Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde | Het islamitisch geloofsdogma | God is één ; Adonai Echad ! | Poeriem / Najaarsfeesten. | The passion of CHRIST | Messias belijdend jodendom. | De tranen van Jezus | Politiek of Bijbels Zionisme ? | Slippendragers van satan | Hitler en Israël | Bief aan minister Bot | De Kruisiging | Speciaal voor jou !! | Terreur ?!? | De islam | Israël en Europa | Arafat is dood....nu eindelijk de waarheid | tekenen der tijden | Sabbath vieren | PROFETISCHE TEKENEN | De les der geschiedenis.

DIE VERSCHRIKKELIJKE VRIJDAGÖ

EEN MINUTIEUZE RECONSTRUCTIE VAN HET LIJDEN VAN JEZUS CHRISTUS.

Op Goede Vrijdag wordt het lijden en sterven van de Heer herdacht. Na bijna tweeduizend jaar zullen waarschijnlijk weinig mensen zich realiseren hoe afschuwelijk de doodstrijd was van iemand die tot de kruisdood was veroordeeld. Prof. B. Smalhout, de bekende anesthesioloog en tevens een groot bijbelkenner maakt al jaren een wetenschappelijke studie van de lijdensweg van Jezus.

Hier beschrijft hij op ontroerende wijze wat er werkelijk op Golgotha gebeurde.

'De Romeinse soldaten, die op vrijdagmorgen 3 april van het jaar 33 op de heuvel Golgotha 20 cm lange spijkers door de polsen en voeten van een drietal veroordeelden sloegen, hebben zich niet gerealiseerd dat zij meewerkten aan een drama dat het aanschijn van de wereld zou veranderen. Ze wisten zelfs niet dat het 3 april was, want onze tijdrekening bestond toen nog niet. Officieel was het de 14de van de maand Nisan van het Joodse jaar 3793.

Toen de hamerslagen verklonken waren, hingen er even buiten de noordwestelijke stadsmuur van het oude Jeruzalem drie gekruisigde mensen op gruwelijke wijze te sterven. De middelste van de drie was ene Jezus, 33 jaar tevoren geboren in Bethlehem en opgegroeid in Nazareth. Op een houten bord dat de soldaten aan de bovenkant van zijn kruis hadden bevestigd, was voor een ieder te lezen: "Iesus Nazarenus Rex ludaeorum" (Jezus, de Nazarener, Koning der Joden).

Om ieder misverstand uit te sluiten, stond het er in de drie toen meest gebruikte talen: Latijn, Hebreeuws en Grieks. De presidenten van de Joodse Hoge Raad hadden hiertegen geprotesteerd. De veroordeelde was immers geen koning, hij had het alleen maar beweerd, betoogden ze. Doch Pilatus, die al lang spijt had dat hij zich tot een executie had laten dwingen, weigerde resoluut de tekst te herzien scripsi, scripsi": Wat ik geschreven heb, dat heb ik geschreven, antwoordde hij (Joh. 19 vers 22). Het was zijn vorm van protest tegen de gang van zaken.

En zo bleef het bord onveranderd aan het middelste kruis bevestigd zitten. Bij de beide andere gekruisigden was vermoedelijk een soortgelijk bord, een zogenaamde "titulus" boven hun hoofd bevestigd, want dat was de Romeinse gewoonte bij executies. Zodoende kon een ieder op de titulus lezen, waarvoor de veroordeelden gestraft werden. Dat was ter waarschuwing, afschrikking en preventie. In het geval van de buitenste twee gekruisigden, ging het om rovers of dieven die beiden hun legale straf ondergingen. Bij de middelste echter was de wettelijke argumentatie uiterst dubieus en was de toegestroomde menigte in feite getuige van een politiek-religieuze moord, die aanleiding zou zijn tot een geheel nieuwe geestelijke stroming: het christendom.

Het is deze gebeurtenis en de daaropvolgende wederopstanding van Jezus uit de dood die op Goede Vrijdag en Pasen over de hele wereld herdacht en gevierd wordt door meer dan een miljard christenen. En het martelinstrument, het kruis, werd het symbool van dit nieuwe geloof, tot op de dag van heden.

HET VERSLAG IN DE BIJBEL

Het drama is nauwkeurig te boek gesteld door de vier evangelisten Mattheus, Marcus, Lucas en Johannes. Zij noteerden de namen van alle betrokkenen, de tijden waarop het allemaal gebeurde en de discussies die er gevoerd zijn, zowel in het Sanhedrin, de Joodse Raad, als in het Praetorium, het hoofdkwartier van de Romeinse gouverneur Pontius Pilatus. Alleen over de kruisiging zelf zijn de evangelisten, die toch al geen woord te veel schreven, zeer weinig mededeelzaam. Er staat alleen: "Pilatus oordeelde het geraden de schare haar zin te geven... en gaf Jezus, na Hem gegeseld te hebben, over om gekruisigd te worden.... En zij kruisigden Hem....' (Marc. 15 vers 15-25). En hoewel deze geschiedenis over de gehele wereld bekend is en gedurende eeuwen aanleiding heeft gegeven tot een onoverzienbare hoeveelheid literatuur, beelden, fresco's, schilderijen en muzikale meesterwerken, weet vrijwel niemand wat de dood aan het kruis inhield en waaraan Christus eigenlijk gestorven is.

WAT IS KRUISIGEN EIGENLIJK?

Er is betrekkelijk weinig literatuur over de medische kant van het lijdensverhaal en miljoenen christenen die op de een of andere wijze als uiting van hun geloof een crucifix of kruisje dragen, weten niet van wat voor hels instrument hun vaak fraai bewerkte sieraad de geÔdealiseerde afbeelding is. De evangelisten schreven er verder niets over, omdat dit in hun tijd gewoon niet nodig was. Kruisiging was toen de meest toegepaste vorm van doodstraf en iedereen in het Romeinse rijk wist hoe dat ging en wat dat betekende. Vandaar ook dat het kruis als symbool van het christendom pas heel geleidelijk in gebruik is gekomen, lang nadat kruisiging als methode van terechtstellen in het jaar 337 door Constantijn de Grote was afgeschaft. De kruisdood was n.l. zo verschrikkelijk, dat tot plusminus 400 na Christus niemand op het idee kwam om het kruis als symbool te gaan gebruiken, net zo min als de hedendaagse mens het in zijn hoofd zal halen een zilveren elektrisch stoeltje of een gouden gaskamertje als object van devotie om de hals te dragen.

Het kruisigen was geen Romeinse uitvinding doch de Romeinen hebben het in Carthago leren kennen bij de PhoeniciŽrs. Ze hebben het overgenomen en geperfectioneerd tot een bijna wetenschappelijk uitgedachte methode om een maximale pijn te veroorzaken en een in lengteduur te doseren doodstrijd te bewerkstelligen.

De terechtstelling met behulp van een kruis is bijna 1000 jaar in gebruik geweest. De Romeinen gebruikten het als straf voor slaven en krijgsgevangenen, en bij ernstige misdaden zoals b.v. desertie, hoogverraad en moord. Romeinse vrije burgers waren bij de wet beschermd tegen deze vorm van terechtstelling die altijd in het openbaar plaatsvond. Bij iedere stad stonden ťťn of meer kruisen permanent opgesteld, zoals vroeger in onze streken het schavot en de galg. Het kruisigen van Christus was op zichzelf dan ook geen opzienbarende gebeurtenis. Zulke terechtstellingen gebeurden met grote regelmaat. Het is van de Romeinen bekend dat, bij massa-executies in de circussen, de arena er soms als een woud van kruisen uitzag. En nadat de zgn. Spartacus-opstand in het jaar 71 voor Christus was neergeslagen, werden er alleen al langs de Via Appia, van Capna tot Rome 6472 kruisen geplaatst. Aan elk ervan hing een opstandige slaaf of gladiator.

Er waren diverse modellen, zoals b.v. het X-vormige St. Andrieskruis dat nog in het wapen van Amsterdam voorkomt. Er waren ook kruisen in de vorm van een omgekeerde L, waaraan de veroordeelden met slechts een arm en een been werd opgehangen. Doch het meest gebruikt was een T-vormig kruis, het "crux commissa". Het bestond uit twee delen: een verticale paal, de zgn. "stipes", die meestal in de grond was verankerd, en een losse dwarsbalk, het "patibulum" genaamd. Het patibulum paste met een eenvoudige pen-en-gat verbinding boven op de stipes. Het was gebruikelijk dat de veroordeelden geheel naakt deze dwarsbalk zelf naar de plaats van executie droegen.

Dat was een extra pijniging, want meestal was het slachtoffer al met beide armen uitgestrekt aan die balk vastgebonden, zodat het gewicht in feite rustte op de uitsteeksels van de bovenste rugwervels en de onderste nekwervels. Mocht de veroordeelde onderweg struikelen, dan werd hij meestal ernstig gewond, want hij viel voorover plat op zijn gezicht, met het gewicht van de balk in zijn nek. Hij kon zijn gezicht niet beschermen, daar zijn handen wijd uitgestrekt aan het hout vastgesnoerd waren.

Het is ook niet waar, dat Jezus het gehele kruis heeft gedragen. Hij droeg alleen de dwarsbalk, het patibulum. Deze was van cipressenhout en zal ongeveer tussen de 30 en 50 kg gewogen hebben, het gewicht dus van een zak cement. Het gehele kruis woog tussen de 100 en 150 kg en was niet door ťťn persoon te tillen geweest. Eenmaal op de executieplaats aangekomen, waren er 2 mogelijkheden. De veroordeelde kon met touwen en riemen aan het kruis worden bevestigd, of met behulp van spijkers.

HET SPIJKEREN

In het eerste geval tilden 2 a 4 soldaten de dwarsbalk met de daaraan gebonden veroordeelde ongeveer 50 cm op en plaatsten hem op de top van de verticale stipes. Daarna werden de knieŽn van het slachtoffer enigszins gebogen en de voeten werden eveneens met touwen aan de verticale paal bevestigd.

Meestal werd echter gebruik gemaakt van spijkers. Deze waren 15 tot 20 cm lang, vierkant in doorsnede, spits beginnend en met een maximale dikte van 8 tot 9 mm. Aan de bovenzijde eindigde de spijker in een bolronde kop.

Het vastnagelen van het slachtoffer ging als volgt in zijn werk. De dwarsbalk of patibulum werd op de grond gelegd. De veroordeelde moest eveneens op de grond gaan liggen en wel met de schouders op de balk. Zijn hoofd hing dan achterover en de armen werden wijduit gespreid. Terwijl een of twee soldaten een arm vasthielden aan hand en elleboog, zette een andere soldaat een spijker met de punt in de pols, precies waar de onderarm overgaat in de hand, onder de duimmuis en exact in het midden. Met ťťn forse hamerslag werd de spijker door de pols geboord en met nog een aantal slagen zat het geheel goed vast aan het hout. Daarna werd de andere pols bevestigd. De gehele procedure kostte slechts enkele minuten.

Het is niet juist, dat de spijkers door de palm van de handen werden geslagen. Het is bewezen, dat op die plaats, het lichaamsgewicht niet kon worden gedragen. De handen scheurden dan gewoon in de lengterichting door. De spijker werd precies in de door de Franse anatoom Destot beschreven spleet tussen de zgn. handwortelbeentjes geplaatst. Deze werden hierdoor als het ware ontwricht en verplaatst, doch niet verbrijzeld. Een ieder die weleens de pols heeft ontwricht, verstuikt of gebroken, heeft enig idee hoe dat aanvoelt. Doch dat was nog niet alles. Door de pols loopt onder meer een belangrijke zenuw, de zgn. "nervus medianus". Deze zenuw heeft een dubbele functie. Hij dient zowel voor de beweging van onder meer de duim als wel voor het gevoel in een deel van de hand. Deze nervus medianus werd door de spijker bijna altijd geraakt. Het aanraken en beschadigen van een zenuw veroorzaakt ťťn van de meest heftige pijnen die er mogelijk zijn. De zenuw werd over de scherpe kanten van de spijker gespannen als een snaar over de kam van een strijkinstrument. Bovendien werd door dezelfde zenuwprikkeling de duim in een krampachtige toestand kromgebogen, zodat de duimnagel in de handpalm drukte. Nadat beide polsen aan het dwarshout waren bevestigd, werd dit door de soldaten opgetild. De veroordeelde moest eerst gaan zitten, daarna overeind komen en met de rug tegen de paal, de stipes, gaan staan. Aan beide uiteinden werd het patibulum, met de veroordeelde eraan, opgetild en op de stipes geplaatst. Het is duidelijk dat de stipes meestal niet zo hoog was. Gewoonlijk niet meer dan twee meter.

Meer was niet nodig, anders werd het erg onhandig voor de soldaten. Zulk een betrekkelijk laag kruis in T-vorm heette dan ook een "crux humilis", letterlijk: een laag kruis. In bijzondere gevallen kon een hoog kruis worden gebruikt, een "crux sublimis". Doch dit was een uitzondering, ook al omdat het lastig was de veroordeelde er via ladders aan op te hangen.

Op Golgotha stonden lage kruisen. Ze stonden er al vele jaren en voor de Romeinse legioensoldaten was de kruisiging op vrijdag 3 april van het jaar 33 dan ook een routinekarwei. Christus werd aan een laag T-vormig kruis gehangen en niet aan een vierarmig kruis, zoals dat in alle kerken te zien is. Zulk een kruis bestond ook wet en heette "crux capitata", doch het was onpraktisch en werd zelden gebruikt. Als de veroordeelde eenmaal aan het dwarshout hing, werden zijn knieŽn door de soldaten gebogen, totdat ťťn van de voeten plat tegen de stipes gedrukt kon worden. Dan werd een 20 cm lange spijker dwars door de wreef van die voet geslagen, juist tussen het tweede en derde middenvoetsbeentje. Als de spijker er aan de voetzool weer uitkwam, werd het andere been zo gebogen dat de spijker ook door de tweede voet kon worden geslagen tot in het hout van de stipes. Zo hing dan de veroordeelde aan drie spijkers. Het bloedverlies was zeer gering, doch de pijn ondraaglijk en de doodstrijd begon.

WAT GEBEURDE MET DE GEKRUISIGDE?

De dood trad echter niet snel in. Afhankelijk van de conditie van de veroordeelde en de techniek van het kruisigen, duurde het sterven vele uren en vaak tot de volgende dag. Er zijn gevallen beschreven waarin een gekruisigde ruim 2 dagen in leven bleef.

Waaraan stierf het beklagenswaardige slachtoffer tenslotte en wat was medisch gesproken de uiteindelijke doodsoorzaak? Dat is met zeer grote zekerheid te reconstrueren. De wonden in polsen en voeten waren niet levensgevaarlijk, evenmin als het geringe bloedverlies. Neen, de dood trad in door een heel ander mechanisme. Als men iemand aan de polsen ophangt, zakt het lichaam door de zwaartekracht naar beneden. Hierdoor komt er een grote spanning te staan op de spieren van de armen, de schouders en de borst. De ribben worden naar boven getrokken en op die wijze komt de borstkas in maximale inademingstoestand te staan. Het is dan erg moeilijk om uit te ademen en de veroordeelde begint het na plusminus 10 minuten zeer benauwd te krijgen. Hij is dan enigszins te vergelijken met een longpatiŽnt die een ernstige astma-aanval heeft. De zwaarbelaste arm-, schouder- en borstspieren, geraken in een uiterst pijnlijke kramptoestand. De spierstofwisseling wordt verhoogd, terwijl er door een belemmerde bloedcirculatie onvoldoende zuurstof voor beschikbaar is. Het resultaat is onder meer de produktie van grote hoeveelheden melkzuur, waardoor er tenslotte in het gehele lichaam een verzuringproces optreedt, dat in de medische wereld bekend staat als een "metabole acidose" (een door de stofwisseling veroorzaakte verzuring). Deze toestand is niet onbekend bij sportlieden, die zichzelf tot totale uitputting hebben overbelast en die kramp krijgen. De situatie wordt verergerd doordat de veroordeelde niet goed kan uitademen en daardoor het door zijn lichaam geproduceerde koolzuurgas niet meer volledig kwijt kan. De hierdoor ontstane zgn. "respiratoire acidose" (verzuring door onvoldoende ventilatie) versterkt de eerdergenoemde metabole acidose. Het slachtoffer begint extreem te transpireren, waardoor letterlijk het doodszweet langs zijn lichaam loopt.

De lippen worden vaalblauw, terwijl langzaam maar zeker alle spieren, ook die van de romp en benen, in een continue helse kramp geraken. Tenslotte sterft het slachtoffer aan verstikking. Dit kan reeds binnen een half uur geschieden. De Duitsers pasten deze dodelijke rnarteling onder meer in het concentratiekamp Dachau toe.

DE DOODSTRIJD

Zo een betrekkelijk snelle dood was evenwel niet de bedoeling van de Romeinen. Daarom werden ook de voeten vastgespijkerd. De veroordeelde kon dan de dreigende verstikking tijdelijk onderbreken of uitstellen door zich op de voetspijker af te zetten, de benen te strekken, het lichaam omhoog te drukken en zodoende de arm- en borstspieren wat te ontlasten. Dan kon hij weer korte tijd redelijk goed ademhalen. De verzuring van het lichaam werd minder en de vale gelaatskleur verdween. Doch het staan met het volle lichaamsgewicht op een vierkante spijker, die dwars tussen de middenvoetsbeenderen is geslagen, veroorzaakt een onhoudbare pijn. De veroordeelde buigt dan weer spoedig de knieŽn en zakt naar beneden, totdat hij weer aan de spijkers in de polsen hangt. De zenuw in de pols, de nervus medianus, wordt weer over de spijker gespannen, de vlammende pijn jaagt door de beide armen, terwijl de verstikking en de krampen weer beginnen. Zo rekt de gekruisigde het armzalige leven. Steeds weer zal hij zich moeizaam opdrukken en zich daarna gedwongen door de pijn laten zakken. Op en neer. Tien maal, honderd maal, totdat uitputting hem dat verder onmogelijk maakt en hij aan verstikking sterft.

VERLENGING VAN DE MARTELING

De marteling kon verlengd worden door touwen in plaats van spijkers te gebruiken. Touwen doen nl. niet zo'n pijn als spijkers. Ook kon men aan de stipes, de verticale paal dus, een soort uitsteeksel bevestigen, juist tussen de benen van de veroordeelde. Hier kon hij een beetje op zitten en zo zijn voeten en armen een weinig ontlasten. Zulk een zitje heette een "sedile". De Romeinen, ordelijk als ze waren, hadden voor alles een naam. Met zulk een sedile of sedulum kon de marteling wel twee tot drie dagen duren. Meestal werd geen sedile gebruikt, ook al omdat de veroordeelde bewaakt werd door soldaten die het vermoedelijk niet prettig vonden, zo lang op wacht te moeten staan.

VERKORTING VAN HET LIJDEN

Omgekeerd kon de dood ook versneld worden door het de veroordeelde onmogelijk te maken zijn lichaam op te drukken en de armen te ontlasten. Dit deed men door beide onderbenen even onder de knie met een ijzeren staaf te verbrijzelen. Ook dit instrument had een naam: "crurifragium", letterlijk: de benenbreker. Meestal stierf het slachtoffer dan binnen een kwartier. Alle klassieke schrijvers, zoals Cicero en Seneca, waren het er over eens dat kruisiging de meest gruwelijke vorm van terechtstelling was.

NA DE DOOD

Nadat de dood was ingetreden, bleven de lichamen der veroordeelden vaak aan het kruis hangen tot ze door roofdieren of door vogels werden verslonden of door ontbinding er vanaf vielen. Golgotha betekent niet voor niets "schedelplaats". Evenwel kon de familie van de terechtgestelde het dode lichaam opvragen aan de Romeinse autoriteiten om het te begraven. Dit werd vaak toegestaan zonder dat daarvoor extra kosten in rekening werden gebracht. Alleen moest dan de dood officieel zeker gesteld worden met behulp van een lanssteek dwars door het hart.

 

EEN MEDISCH-HISTORISCHE RECONSTRUCTIE

Voor ons als mensen uit de twintigste eeuw klinkt dit als een enigszins ijzingwekkende doch medisch-historisch gezien interessante mededeling. Doch voorde inwoners van het Romeinse rijk anno 33 waren dit zeer actuele feiten.

In het licht van deze gegevens is de lijdensgeschiedenis van Jezus de Nazarener, thans beter te reconstrueren. Het feitelijke lijden begon op donderdag 2 april, de dertiende Nisan van de Joodse kalender. Nadat Jezus om ongeveer 9 uur 's avonds met zijn 12 discipelen de maaltijd had beŽindigd, die als Laatste Avondmaal de geschiedenis zou ingaan, verliet hij het oude Jeruzalem via een zuidoostelijke stadspoort. Hij was toen nog maar in gezelschap van 11 volgelingen. Judas, de man uit Kariot, had reeds tijdens de maaltijd de eetzaal verlaten om zijn leermeester te verraden. Na het in noordoostelijke richting volgen van de vallei van de beek Kidron, kwam de groep na ongeveer 2 kilometer lopen in een tuin genaamd Gethsemanť aan de voet van de Olijfberg, van waaruit men de gehele stad kon overzien. De grote tempel van Salomo en de burcht Antonia, waar de Romeinse procurator Pilatus zetelde, waren zelfs in het duister nog waarneembaar. In die fraai gelegen tuin overviel Jezus, die wist wat hem te wachten stond, een wurgende angst.

Zijn discipelen, verzadigd van de maaltijd, vielen de een na de ander in slaap. Beroofd van iedere menselijke steun werd hij, zoals de medicus-discipel Lucas schrijft, "... dodelijk beangst. En zijn zweet werd als bloeddruppels, die op de aarde vielen" (Luc. 22 vs 44). Het zweten van bloed, medisch bekend onder de naam "haemathydrosis", is uiterst zeldzaam en schijnt te kunnen voorkomen bij extreme emoties. Om middernacht vond de arrestatie plaats. Judas verried Jezus met een kus. De discipelen vluchtten, een ervan zelfs praktisch naakt met achterlating van zijn kleding. Via de weg die Jezus gekomen was, werd hij ook weer teruggevoerd. Men bracht hem naar het huis van de hogepriester Caiaphas, vlak bij de zaal van het Laatste Avondmaal.

De eerste ondervraging ten overstaan van de Joodse Raad vond plaats door de oudste hogepriester, Annas. Deze was meer dan 80 jaar oud, een man van grote politieke invloed en schoonvader van de jongere hogepriester Caiaphas. Annas vroeg Jezus wat voor leer hij eigenlijk verkondigde. "Vraag het aan degenen die gehoord hebben wat ik heb gesproken", was het antwoord.

Dat werd als een brutaliteit beschouwd en de dienaren van de hogepriester sloegen er op los en spuwden de gevangene in het gezicht. Tegen het ochtendgloren werd hij geboeid naar Caiaphas gebracht, de tweede hogepriester. Deze hield zitting met de grote Joodse Raad, het Sanhedrin, dat, als het voltallig was, uit 71 personen bestond. De taak van dit hoogste rechtscollege was het bewaken en het op de juiste wijze toepassen van de duizend jaar oude joodse wetten, die reeds stamden uit de tijd van Mozes en die gebundeld waren in de Talmud. Deze behoorden tot de beste die er tot die tijd waren geweest en vele ervan zijn ook heden volmaakt actueel. Als zodanig was het Sanhedrin een voorbeeldig en eeuwenoud Juridisch instituut. De leden van het Sanhedrin moesten dan ook aan hoge intellectuele en sociale eisen voldoen. Voor het nemen van een belangrijk besluit, zoals een ernstige veroordeling, waren meestal twee zittingen nodig. Die zittingen moesten echter op twee achtereenvolgende dagen plaatsvinden. Er mocht geen dag tussen zitten. Dit was nu een probleem in het geval van Jezus.

Het was in de nacht van donderdag op vrijdag. Op vrijdagavond begon zowel de Sabbath als het paasfeest en dan kon er geen recht gesproken worden. Daarom kwam de Raad 's ochtends heel vroeg voor de tweede maal bijeen onder voorzitterschap van Caiaphas, die toen al 11 jaar in functie was en die vermoedelijk goede relaties onderhield met de Romeinse procurator Pontius Pilatus.

Het Sanhedrin was zonder enige twijfel bevooroordeeld ten opzichte van Jezus. Dat was ook wel te begrijpen, want de belangrijkste religieuze groeperingen binnen de Raad, n.l. de SadduceeŽn en de FarizeeŽn, waren kort tevoren nog het mikpunt geweest van Christus' onbarmhartige kritiek. Ze waren zeker niet vergeten dat ze door hem waren vergeleken met witgepleisterde graven, die van buiten wel mooi leken, doch van binnen vol verderf waren (Matth. 23). Ze waren uitgemaakt voor blinde wegwijzers, huichelaars, uitzuigers, slangen en addergebroed. En Annas, die verantwoordelijk was voor de gang van zaken in de tempel, herinnerde zich nog heel goed hoe Jezus daar de geldwisselaars en alle handelaren in offerdieren en devotie-artikelen eruit had gegooid, onder het roepen van: "Dit is een bedehuis en geen rovershol!" (Marcus 11 vs 15). De SadduceeŽn, die de sociale en economische aristocratie vormden, hadden bovendien weinig op met een barrevoets lopende armoedzaaier die hun glashard voorhield dat hoeren en tollenaars hen voor zouden gaan in het Koninkrijk Gods (Matth. 21 vs 31-32).

Het proces werd een schijnvertoning en een zwarte vlek op de eerbiedwaardige traditie van het Sanhedrin. De oude voorschriften werden met voeten getreden. Reeds de nachtelijke arrestatie was tegen de wet. De beschuldiging werd tijdens het proces wel driemaal veranderd. De getuigen waren vals en spraken elkaar tegen, er werd geen onderzoek verricht naar de juistheid der beweringen en er werd geen verdediging toegestaan. Zo werd dan de doodstraf voorgesteld op grond van "godslastering". Het Sanhedrin mocht echter van de Romeinse bezetter niemand ter dood veroordelen. Dat recht had alleen de procurator Pilatus. Zodoende werd Jezus op vrijdagmorgen tussen 6.00 en 8.00 uur naar het hoofdkwartier van Pilatus gesleept, het Praetorium in het fort Antonia. Pilatus had als Romein echter geen boodschap aan de beschuldiging van godslastering en dus werd de aanklacht wederom een aantal malen veranderd, en wel in aanzetten tot oproer, ontduiking van de belasting, verleiden van het volk en tenslotte ondermijning van het gezag van de Romeinse keizer.

In een vermoedelijk diepgaand privť-gesprek geraakte Pilatus onder de indruk van Jezus' persoonlijkheid en integriteit en sprak hem vrij. De joodse leiders begonnen moeilijk te doen en dreigden over Pilatus een klacht in te dienen bij zijn hoogste chef, keizer Tiberius in Rome. Pilatus zag zijn carriŤre bedreigd. Als afleidingsmanoeuvre zond hij Jezus, de Nazarener, die immers uit Judea stamde, naar de Joodse koning van die landstreek. Herodes Antipas, die toevallig vlakbij resideerde. Het was slechts 8 minuten lopen.

Deze Herodes was de zoon van Herodes de Grote. die ruim 30 jaar tevoren de massale kindermoord te Bethlehem had bevolen. Zelf had hij een verhouding met zijn schoonzuster Herodias, op wier aandringen hij nog niet zo lang tevoren Johannes de Doper had laten onthoofden. In de ogen van het Joodse volk was Herodes Antipas dan ook een verachtelijk mens. Jezus bracht zijn minachting tot uiting door geen woord te zeggen en op geen enkele vraag te antwoorden. Bij de terugkomst van Jezus in het praetorium verklaarde Pilatus het toegestroomde volk dat ook Herodes niets strafbaars had gevonden.

Het publiek, dat vermoedelijk niet uit de beste elementen bestond, werd hierdoor niet bevredigd. Toen liet Pilatus Christus geselen. Op dat moment was de procurator even ver van het Romeinse recht afgedwaald als Caiaphas van het Joodse. Het was niet juist geweest om Jezus naar Herodes te sturen en het geselen van iemand die zo pas onschuldig was verklaard, betekende een grove overtreding van de wet.

DE GESELING

Iedereen weet dat Christus gegeseld is, maar weinigen beseffen wat dat betekende. De veroordeelde werd geheel naakt met touwen aan een stenen pilaar gebonden. De armen gestrekt omhoog, het gezicht naar de pilaar. Er waren meestal twee soldaten die de geseling uitvoerden en ze sloegen om beurten met de zgn. "flagrum", een Romeinse zweep. Deze bestond uit een kort handvat waaraan een tweetal spits toelopende leren riemen waren bevestigd. Aan het eind van de riemen waren hazelnootgrote loden kogels of de voet- wortelbeentjes van een schaap bevestigd.

Met dit verschrikkelijke instrument werd de huid van de veroordeelde letterlijk aan flarden geslagen. De slagen werden systematisch toegediend vanaf de schouder tot en met de kuiten. Het aantal slagen was bij de Romeinen in wezen onbeperkt. Men keek gewoon hoeveel de veroordeelde kon verdragen.

Soms liep het aantal wel op tot honderd slagen. Dan zat er praktisch geen huid meer op de achterzijde van het slachtoffer, dat dan meestal bewusteloos aan de touwen hing, omringd door een grote plas bloed. De geseling was bij de Romeinen een soort traditioneel voorprogramma bij de uitvoering van de doodstraf. De beschadiging van zoveel huid en de kneuzing van zoveel spierweefsel is in ernst te vergelijken met b.v. een zeer diepe verbranding van het halve lichaamsoppervlak. Deze verwonding kan zonder medische hulp na enkele uren tot dagen dodelijk zijn. Daarom had de Joodse wet het aantal slagen bij geseling tot maximaal 39 beperkt. De Romeinen dachten daar echter anders over.

DE BESPOTTING

Na de geseling werd Jezus door de soldaten nog bespot. Ze deden hem een rode mantel aan, zetten hem een soort kroon van gevlochten doornige twijgen op en sloegen hem bovendien in het gelaat en op zijn hoofd. De kroon, in de vorm van een muts, was vervaardigd uit de gedroogde takken van de Zizyphus spina, een boom die vlijmscherpe doorns heeft van 2 1/2 cm lang, die gemakkelijk dwars door de schedelhuid kunnen boren. Hierna werd Jezus door Pilatus nog publiekelijk tentoongesteld met de beroemd geworden woorden "Ecce homo", Ziet den mens! Het moet een deerniswekkend gezicht geweest zijn. Waarschijnlijk was ťťn oog dichtgeslagen. Het bloed stroomde over zijn gezicht en uit zijn gebroken neus. Zijn kleding was met bloed doordrenkt. Mogelijk kon hij zich nauwelijks staande houden. Vermoedelijk hoopte Pilatus met deze vertoning bij het publiek medelijden op te wekken, zodat men het hierbij zou laten. Doch dit gebeurde niet. Ook de ruilprocedure met de moordenaar Barabbas ging niet door. En Pilatus, als een echte ambtenaar, bang voor zijn carriŤre, bezweek uit lafheid voor de chantage van het volk.

Mattheus, zelf een gewezen ambtenaar, beschrijft het sober: ",... en hij gaf Hem over om gekruisigd te worden".

NAAR GOLGOTHA

 

De weg van Pilatus' praetorium naar Golgotha, later genoemd de Via Dolorosa, is nauwelijks 600 meter lang en kan langzaam lopend in 12 minuten worden afgelegd. De weg is echter smal en hellend, de bestrating slecht en bovendien perste een mensenmenigte er zich nog doorheen. Langs deze weg moest Christus het zware dwarshout op zijn kapotgeslagen schouders dragen. Het lukte hem niet. Vermoedelijk viel hij enige malen en kon hij niet meer overeind komen. Het staat niet in de Schriften. Doch wel is vermeld dat een willekeurige voorbijganger, genaamd Simon van Cyrene, die juist van het land kwam met zijn beide zonen, door de Romeinse bevelhebber werd gedwongen de dwarsbalk te dragen. De centurion gaf die order vermoedelijk niet uit medelijden, maar omdat hij er verantwoordelijk voor was dat de veroordeelden levend Golgotha bereikten en niet halverwege al door uitputting stierven. Op weg naar de executieplaats mocht Jezus zijn eigen kleren aanhouden. Dat was een concessie aan de joodse wet, die naaktloperij niet toestond. Romeinse veroordeelden moesten geheel naakt hun dood tegemoetstrompelen.

DE KRUISIGING

Het was het derde uur van de dag, naar onze berekening tussen 9.00 en 10.00 uur 's ochtends, toen de stoet Golgotha bereikte. De groep bestond uit een peloton soldaten onder het bevel van een centurion, vele nieuwsgierigen, huilende vrouwen, wraakbeluste FarizeeŽn en SadduceeŽn, de ontzette familie en vrienden en tenslotte de drie veroordeelden: Jezus en twee dieven die ook gekruisigd zouden worden.

De militairen boden de ter dood veroordeelden wijn met mirre of gal aan. Vermoedelijk werd dat mengsel beschouwd als een verdovend of pijnstillend middel. Enigszins als de laatste sigaret voor de fusillering of het glas cognac dat men in Frankrijk de veroordeelden bij de guillotine aanbood. Christus weigerde te drinken. Toen werden de kleren van zijn lichaam afgetrokken. Deze plakten zonder twijfel aan zijn kapotgeslagen rug, die vermoedelijk dan ook meteen weer ging bloeden. Met zijn rauw gegeselde schouders moest hij op de houten balk, het patibulum, gaan liggen. De spijkers werden door de polsen geslagen en daarna werd het patibulum waaraan hij hing op de ruwe verticale stipes geplaatst.

Enkele ogenblikken later sloeg men met een 20 cm lange vierkante spijker zijn beide voeten aan de paal vast. De doodstrijd begon. De martelende keuze tussen verstikking en verscheurende pijn. KnieŽn strekken, ademhalen, vlammende pijn in de voeten, knieŽn buigen, lichaam laten zakken, verscheurende pijn in de polsen, heftige benauwdheid en dan toch maar weer de knieŽn strekken in een langzame, dodelijke cadans. De beide armzalige dieven vochten links en rechts op dezelfde wijze hun uitzichtloze strijd om een beetje lucht. Op dat moment hing aan de andere kant van de stad, even buiten de zuidelijke stadsmuur, de discipel Judas al dood aan een boom. Vertwijfeld door wroeging had hij zelfmoord gepleegd. Op het zesde uur (omstreeks 12.00 uur 's middags) "kwam er een duisternis over het gehele land". Dit werd mogelijk veroorzaakt door een zandstorm, een zgn. chamsin, waarvan het stof de zon verduisterde.

De doodstrijd ging toen naar een climax. Het zweet liep als water langs zijn lichaam, waarvan de temperatuur tot een hoge waarde steeg. Medisch heet dat hyperthermie. De spieren verkeerden in een continue kramptoestand. De ontwrichte polsen en voeten deden ondraaglijk pijn. Door bloedverlies, extreem zweten, dorst en oedeemvorming ten gevolge van de geseling, was het circulerend bloedvolume sterk verminderd. De bloeddruk daalde, de hartslag werd steeds sneller. De biochemische samenstelling van het sterk verzuurde bloed was mede door enorm zoutverlies, nauwelijks nog met het leven verenigbaar.

Het hart begon het op te geven. Er ontstond een zogenaamde "decompensatio cordis", waardoor er vocht in de longen kwam. Longoedeem heet dat. De ademhaling werd reutelend. Het hart sloeg onregelmatig. Er was een ondragelijke dorst. Doch voorbijgangers bespotten hem, en onder het kruis verdeelden de soldaten de kleren en dobbelden zij om het overkleed van de Koning der Joden.

HET STERVEN

Mattheus rapporteert dan verder: "Omstreeks het negende uur (plusminus 3.00 uur 's middags) riep Jezus met luider stemme zeggende: 'Eli, eli, lama sabachtani?' Dat is: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?". Het is de beginregel van de 22ste psalm van David. Als groot kenner van de Tenach, de Joodse Schrift, moet Jezus deze passage uit het hoofd hebben gekend. De psalm, meer dan 700 jaar voor de kruisiging van Christus geschreven, schildert met profetische helderheid wat op Golgotha geschiedde:

Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten
verre zijnde van mijn verlossing.
bij de woorden van mijn jammerklacht...
Als water ben ik uitgestort
en al mijn beenderen zijn ontwricht
mijn hart is geworden als was,
het is gesmolten in mijn binnenste...

Een bende boosdoeners heeft mij omsingeld
die mijn handen en voeten doorboren
ze kijken toe, ze zien met leedvermaak naar mij
zij verdelen mijn klederen onder elkaar
en werpen het lot over mijn gewaad..

Tenslotte wendde de stervende zich nog eenmaal tot de soldaten: "Ik heb dorst". Op de executieplaats stond een kruik gevuld met "zure wijn" zoals de Schrift dit vermeldt. Deze zure wijn werd door de Romeinen "posca" genoemd. Het was een soldatendrank, die bestond uit een mengsel van wijn, water, azijn en geklutste eieren. Een van de legionairs reikte Jezus een spons aan die gevuld was met deze posca. Nadat de stervende Christus ervan gedronken had, zei hij: "Het is volbracht". Johannes vermeldt: "En hij boog het hoofd en gaf de geest".

HET EINDE VAN DE DAG

De vrijdag ging ten einde en de Sabbath, waarop dat jaar tevens het Joodse Pasen viel, naderde. En op Sabbath mochten er geen Joodse lijken aan het kruis blijven hangen. Daarom waren er al leden van het Sanhedrin naar Pilatus gegaan om hem te vragen de executie te beŽindigen door de benen van de veroordeelden met het crurifragium te doen verbrijzelen. De ervaring had immers geleerd dat de dood dan spoedig door verstikking intrad. Dit gebeurde bij de beide dieven, doch niet bij Jezus, want die was toen al gestorven.

Pilatus wilde dit aanvankelijk niet eens geloven, toen een zekere Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van het Sanhedrin, hem dat kwam mededelen. Pilatus ontbood de commandant Van het executiepeloton, de hoofdman over honderd, zoals de Statenbijbel het woord "centurion" vertaalt. Die bevestigde de mededeling van Jozef van Arimatea. Hoewel lid van de Grote Raad, had Jozef niet meegedaan met het schijnproces. Hij sympathiseerde in het geheim met de rabbi uit Nazareth en hij vroeg namens de familie het stoffelijk overschot op. Dat werd hem ook gegeven, nadat het hart van de dode met een lans was doorboord. Zo luidden immers de Romeinse reglementen. Het Schriftwoord was vervuld: 'Geen been zal Hem verbrijzeld worden' en "...zij zullen zien op Hem die zij doorstoken hebben". (Joh. 19 v. 36-37).

WAT DOEN WE MET PASEN?

De verschrikkelijke Passie van Pasen was voorbij. De Joodse wet was ernstig overtreden evenals de Romeinse. Naast het klassieke Joodse paasfeest dat de verlossing uit de Egyptische slavernij herdenkt zou een ander Paasfeest ontstaan. En hoewel Jezus Christus als vrome Joodse rabbi was gestorven werd zijn dood de aanleiding tot het ontstaan van een nieuwe religie, het Christendom. Het is bekend hoe deze twee religies in de loop der eeuwen steeds verder uit eikaar groeiden. Het spanningsveld daartussen heeft aanleiding gegeven tot gruwelen die miljoenen het leven hebben gekost.

Toch heeft de rabbi Jezus van Nazareth niet anders gedaan dan bij voortduring wijzen op het meest waardevolle, dat het Joodse volk in zijn wetten de mensheid had aan te bieden. Het belang hiervan werd zelfs aan de orde gesteld door een FarizeeŽr. Deze vroeg Jezus eens: 'Meester, wat is het grootste gebod in onze wet ?'. En de Meester antwoordde, verwijzend naar Leviticus: "Gij zult de Here, Uw God liefhebben met geheel Uw ziel, met geheel Uw hart, uit geheel Uw verstand en uit geheel Uw kracht. En het tweede, daaraan gelijk is: Gij zult Uw naaste liefhebben als Uzelf. Een ander gebod, groter dan deze bestaat niet. Aan deze twee geboden hangt de ganse wet en de profeten" (Matth. 22 v. 36-40, Marc. 12 v. 30~31).

Het is deze boodschap waarvan de geharde centurion van het executiepeloton misschien een vaag vermoeden kreeg, toen hij aan het eind van die verschrikkelijke vrijdag de dode in het gezicht keek en met militair respect opmerkte:

"Vere hic homo iustus erat!":

"Waarlijk, deze mens was rechtvaardig!"

                                     Lucas 23:47

Laatste wijziging op: 20-08-2007 12:12