ELCHANAN | Gastenboek | REAGEREN ?? | Joodse vluchtelingen | Yeshua en het midden oosten conflict | zonder kleur van de media | Nieuws rechtstreeks uit Israël | Valse berichtgevingen over Israël | De moefti van Jeruzalem. | HOE LANG NOG .............. | WIE ISRAEL HAAT......... | CHAOS ! | SAMARIA en JUDEA | Het geheime wapen van Israël | Messiaanse profetieën | Bezette gebieden ?? | Islam en Christendom | Liegen in de Islam | Uw Volk is mijn volk. | Israël: Vrede of het einde ? | De laatste dagen. | De Thora | De Thora 2 | De boodschap in de Tenach | FOTO'S RONDOM JERUSALEM | Interessante links | Palestina. (studie) | Bruiloft te Kana (studie) | Kerstfeest (studie) | Chanuka (studie) | Joodse identiteit van de gemeente (studie) | De Naam YESHUA (studie) | Wekenfeest - Pinksteren (studie) | waarom strijd in Midden Oosten ? | Terrorist vindt Jezus | 2 + 2 = 4 | Wat God echt wil..... | Wees eerlijk !!! | Wat met de toekomst ? | Geen tijd voor Yeshua | De Nederlandse media en Israël | De strijd is begonnen.... | Verzoening tussen Jood en Arabier | Identiteit van de palestijnen. | Israël liefhebben vanuit Gods hart. | HIEP HIEP HOERA ??? | Zicht op onze Joodse wortels | De namen die Israël vormen. | HOEZO BEZETTING ? | De roep van de Sjofar | JAHWE en allah dezelfde ?? | Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde | Het islamitisch geloofsdogma | God is één ; Adonai Echad ! | Poeriem / Najaarsfeesten. | The passion of CHRIST | Messias belijdend jodendom. | De tranen van Jezus | Politiek of Bijbels Zionisme ? | Slippendragers van satan | Hitler en Israël | Bief aan minister Bot | De Kruisiging | Speciaal voor jou !! | Terreur ?!? | De islam | Israël en Europa | Arafat is dood....nu eindelijk de waarheid | tekenen der tijden | Sabbath vieren | PROFETISCHE TEKENEN | De les der geschiedenis.

Door Werner Stauder

 

INWIJDINGSFEEST - CHANUKA

hkvnx

Inleiding

In een eerdere bijbelstudie hadden wij het over de geboorte van Yeshua haMashiach xy>mh iv>y [Jezus Christus], welke niet in december, maar eind september heeft plaatsgevonden. In december vieren de Joden - ook de messiasbelijdende Joden - wel een ánder feest waarvan de uiterlijke vomen desalniettemin opmerkelijke overeenkomsten vertonen met het kerstfeest: Chanuka hkvnx. De kinderen krijgen cadeautjes, er worden liedjes gezongen en kaarsjes aangestoken. Een kerstboom zal men echter in de huiskamers niet aantreffen, maar wel een achtarmige kandelaar met kaarsen, die in lengte en aantal dagelijks variëren. Op de laatste dag van het feest worden ook Sufganiot tvyngpc, een soort oliebollen gevuld met jam, gegeten. Het lijkt dus wel sinterklaas, kerstmis en oudejaarsavond tegelijk!

Data en benamingen

Het Chanukafeest wordt gevierd in de maand Kislev vlck (november/december), de negende maand van de Joodse religieuze kalender. Gerekend vanaf 25 Kislev duurt het feest acht dagen. Omdat Kislev nu eens 29, en dan weer 30 dagen telt, loopt Chanuka door tot de 2e of 3e Tevet tbu (december/januari). Men steekt dan de eerste kaars aan. Chanuka hkvnx betekent "inwijding", letterlijk is dit dus het "inwijdingsfeest", het feest van de herinwijding van de Tempel en daarom wordt het ook wel "feest van de tempelvernieuwing" genoemd. Maar de naam Chanuka hkvnx heeft ook nog een andere betekenis. We kunnen hem namelijk ook verdelen in twee stukjes. Het eerste stukje Chanu vnx kunnen we vertalen met "En zij rusten..." en van het tweede stukje Ka hk vertegenwoordigen de Hebreeuwse letters een getalswaarde van 25, want de letter Kaf k heeft de waarde 20 en de letter He h heeft de waarde 5. Met andere woorden: "Zij rusten op de 25ste". En dit is dus zoals boven genoemd, het begindatum van het Chanukafeest, namelijk de 25ste van de maand Kislev vlck. Andere benamingen voor dit feest zijn: lichtfeest of feest van het licht, of ook gewoon winterfeest.

Historische achtergrond

De ontstaansgeschiedenis van het Chanukafeest vinden wij in de geschriften van de Joodse geschiedschrijver Josephus Flavius, maar ook in I en II Maccabeeën, welke deel uitmaken van de zogeheten apocriefe boeken: Het acht dagen durende Inwijdingsfeest herinnert aan de bevrijding van het Joodse Land van de Grieks-Hellenistische overheersing en de herinwijding van de door de afgodsdienaren ontwijde Tempel. Sinds de Babylonische ballingschap in het jaar 586 vóór de gewone jaartelling was het Joodse volk nooit meer geheel zelfstandig. Na het Babylonische rijk kwam de heerschappij van het Medo-Persische rijk en daarna die van het Griekse rijk. Na de dood van Alexander de Grote in het jaar 323 werd zijn rijk opgesplitst onder zijn vier generaals. Het land Israël stond daarna onder wisselend bestuur. Door de Griekse overheersing werd ook het hellenistische denken en de Griekse afgoderij in Israël ingevoerd en aan het Joodse volk opgelegd. De Joden kwamen daartegen in opstand en onder het bewind van koning Antiochus Epiphanes IV spitste de strijd zich toe! Hij verbood nadrukkelijk het Tora-onderwijs, de Kashrut tvr>k [spijswetten], Shabat tb> [sabbat], en ook B’rit-Mila hlym=tyrb [de besnijdenis]. Maar toen hij op 25 Kislev van het jaar 167 vóór de gewone jaartelling in de tempel te Jeruzalem een heidens altaar oprichtte en een beeld van de Griekse afgod Zeus, brak in Israël de bekende Maccabeeënopstand uit. Nu ging het niet meer slechts om de strijd tussen het Joodse en hellenistische denken, maar om een vrijheidsoorlog met als inzet de overleving van het Jodendom als G’ds volk! De opstandelingen stonden onder aanvoering van de oude priester vhyttm Matityahu [Mattathias] uit het geslacht der Chash’monim [Hasmoneeën] en later nam diens zoon Yehuda haMakabi [Judas de Maccabeeër] de leiding over. De duizenden opstandelingen werden daarom ook de Maccabeeën genoemd.

De naam ybkm Makabi betekent in het Hebreeuws "hamer" en geeft daarmee de kracht van het Joodse verzet aan. Maar tevens vormen de Hebreeuwse letters van deze naam ook een afkorting voor de bekende zin uit het Shacharit tyrx> [ochtendgebed] .yy ,lab hkmk ym "Mi chamocha baElim, Adonai? - Wie is aan U gelijk onder de goden, Eeuwige?" (tvm> Shemot [Exodus] 15:11). Vanuit de bergen voerden de Joden een verbeten partizanen-oorlog tegen zowel de Grieken met hun occulte en heidense gebruiken, alsook tegen de Hellenistische Joden, die de taal en cultuur van de vijand hadden overgenomen en door hun volksgenoten als verraders en overlopers werden beschouwd! De Maccabeeënopstand was derhalve niet alleen een vrijheidsstrijd tegen vreemde overheersers, maar tevens ook een burgeroorlog! Vanuit deze achtergrond kunnen wij ook de houding van hedendaagse Joden ten opzichte van christenen enigszins beter begrijpen. De onderdrukking van juist die elementen van de Joodse traditie die een duidelijk verschil met anderen markeerden, waren zoals bekend een doorn in het oog van de Hellenisten en werden nadrukkelijk verboden: de Tora, Shabat, de besnijdenis en de spijswetten. Deze Hellenistische denkwijze komen wij ook bij de christenen tegen: De afwijzing van de Wet (zonder dieper in te gaan op de vraag wat de schrijvers van het Nieuwe Testament precies bedoeld hebben met het "vrij zijn van de Wet"), het vervangen van de Shabat door de heidense zondag en het verbieden van de besnijdenis en het houden van de spijswetten voor messiasbelijdende Joden. Als een Jood namelijk tot bekering kwam, moest hij eeuwenlang zijn Joodse identiteit afleggen. Hij werd dus echt een "christen". Een andere overeenkomst tussen Hellenisten en christenen is het handhaven van Griekse namen voor Bijbelse, dus Joodse personen, terwijl men zelf geen Griek is, en het nadrukkelijk weigeren om de Hebreeuwse namen te gebruiken. Het bekendste voorbeeld hiervoor is uiteraard de naam van de Heer zelf. Terwijl in toenemende mate dwars door de kerken heen de oorspronkelijke naam iv>y Yeshua door messiasbelijdende Joden bekend wordt gemaakt, blijven christenen de Griekse variant daarvan, Jezus, krampachtig vasthouden! En dan vindt men het vreemd, dat Joden vaak een afwijzende houding tegenover evangelisatiepogingen van christenen innemen. Als men echter de moeite zou nemen om zich meer in de Joodse cultuur en geschiedenis te verdiepen, die toch grotendeels in onze eigen Bijbels terug te vinden is, dan zou men zich ervan bewust worden hoe tactloos het is om het Evangelie aan Joodse mensen te verkondigen onder gebruikmaking van Griekse namen. Het Chanukafeest brengt deze Joodse gevoelens duidelijk tot uiting en werd het symbool van het "neen" van het Joodse volk tegen ieder streven om hun cultuur en de daaraan ten grondslag liggende Bijbelse opdrachten, die ze van de Eeuwige zelf hebben ontvangen, te doen opgaan in een "eenheidscultuur", die gemengd is met heidense elementen. Dáár vochten de Joodse vrijheidsstrijders voor. Na drie jaar werden de Hellenisten verslagen en met G'ds lof op de lippen en het zwaard in de hand werd het tempelplein in Jeruzalem heroverd en de hoofdstad van Israël bevrijd! Het is onvoorstelbaar: een klein volkje vocht tegen het machtigste leger van de toenmalige wereld en kwam als overwinnaar uit de strijd! Op 25 Kislev van het jaar 164 vóór de gewone jaartelling werd het altaar gereinigd en de tempel opnieuw ingewijd, vernieuwd en daarom heet het Chanukafeest dan ook het inwijdingsfeest of het feest van de tempelvernieuwing.

Het feest van het Licht

Maar hoe komt Chanuka aan de andere namen: lichtfeest of feest van het licht? Welnu, daarvoor moeten we de Talmud raadplegen, met name het Talmudtraktaat Shabat 21B. Daarin wordt aan ons verteld dat men op het moment, dat men de Menora hrvnm in de tempel wilde ontsteken, slechts één kruikje met geheiligde olie vond, waarop het zegel van de laatste hogepriester stond. Maar dat was net genoeg voor één dag. De zevenarmige tempelkandelaar, de hrvnm Menora, behoorde echter acht dagen lang te branden, even lang als de inwijdingsfeesten van de eerste en tweede tempel hadden geduurd. Toen voltrok zich een wonder, want het kruikje bleef schenken tot er na acht dagen nieuwe reine olie aangevoerd kon worden. Daarom staan op de Drejdl ldyyrd, waarmee de Joodse kinderen tijdens Chanuka spelen, ook de Hebreeuwse letters nun n, gimel g, he h, en shin >, de afkorting van: "Nes gadol haya sham ,> hyh lvdg cn - een groot wonder vond daar plaats". De Drejdl ldyyrd is een draaitol voor een spelletje, waarmee je noten of rozijnen kunt winnen. "Drejdl" is een Jiddisch woord, dat afgeleid is van het Duitse "drehen" [draaien]. De letters op de Drejdl herinneren ons dus aan het wonder van Chanuka. Zoals de Talmud ons verteld, brandde de weinige olie door een G’ddelijk wonder toch acht volle dagen! Genoeg, om daarna weer over nieuwe olie te beschikken. Dit wonder is voor het Joodse volk reden om dit ieder jaar te herdenken en tijdens de acht dagen van het feest de lichtjes van de kandelaar aan te steken, vanaf de eerste tot en met de achtste avond. Daarom heeft ieder Joods huis, niet zoals in de Tempel een zevenarmige Menora, maar een achtarmige kandelaar in bezit, die vanwege de naam van het feest Chanukia wordt genoemd. Het licht, dat de Menora in de Tempel verspreidde, vertegenwoordigde de aanwezigheid van de Eeuwige, en daarom was het een G’ddelijk voorschrift, dat de Menora ook altijd moest branden (tvm> Sh’mot [Exodus] 27:20). In dit verband schrijft Rabbi Yitz’chaq in de Talmud: "Hij die wijs wil worden zal zuidwaarts gaan. Hij die rijk wil worden zal noordwaarts gaan" (Bava Batra 25b). U zult nu wellicht denken: wat heeft deze uitspraak van Rabbi Yitz’chaq met de Menora te maken? Welnu, in tvm> Sh’mot [Exodus] 40:22-26 lezen wij het volgende: "Hij zette de tafel in de tent der samenkomst aan de noordzijde van de tabernakel, buiten het voorhangsel. Hij schikte daarop het brood voor het aangezicht van de Eeuwige, zoals de Eeuwige Moshe [Mozes] geboden had. Hij plaatste de Menora [kandelaar] in de tent der samenkomst tegenover de tafel, aan de zuidzijde van de tabernakel. Hij zette de lampen erop voor het aangezicht van de Eeuwige, zoals de Eeuwige Moshe [Mozes] geboden had". Hier staat dus, dat de Menora zich aan de zuidzijde van de Tabernakel bevond, en de tafel met de toonbroden aan de noordzijde. Als u dus naar het noorden gaat, dan gaat u in de richting van de toonbroden, wat symbolisch wordt opgevat als materiële rijkdom. Daarom zegt Rabbi Yitz’chaq: "Hij die rijk wil worden zal noordwaarts gaan". Maar als u zich richt op de Menora, die zich aan de zuidzijde bevond, dan keert u zich af van de materiële rijkdom en stelt u zich open voor het G’ddelijke licht, wat symbolisch wordt opgevat als wijsheid. Er staat in yl>m Mish’lei [Spreuken] 6:23 immers geschreven: "Want het gebod (Mitz’va) is een lamp (Menora) en de onderwijzing (Tora) een licht". Ook in de ,ylht Tehilim [psalmen] komen wij deze opvatting tegen: "Uw woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad" (119:105). Het licht van de Menora staat dus gelijk aan de wijsheid van G’ds Woord. Daarom zegt Rabbi Yitz’chaq: "Hij die wijs wil worden zal zuidwaarts gaan".

Instelling van het Chanukafeest

De opdracht om Chanuka te vieren, vinden wij niet in TeNaCH ;"nt (het z.g. Oude Testament) en ook niet in B'rit haChadasha h>dxh tyrb (Nieuwe Testament) maar in andere Joodse geschriften, de zogeheten deuterokanonieke oftewel apocriefe boeken. In 2 Maccabeeën 10:1-8 lezen wij aldus: "Alzo gaf G'd aan Makabi [Maccabeüs] en aan de zijnen de moed, dat zij de tempel en de stad weder innamen; en zij vernielden de andere altaren en tempels, welke de Goyim ,yvg (heidenen) hier en daar op de straten hadden opgericht. En nadat zij de tempel gereinigd hadden, maakten zij een ander altaar en namen vuurstenen en sloegen vuur, en offerden weder, hetwelk in twee jaren en zes maanden niet geschied was, en offerden reukwerk en ontstaken de lampen en legden de toonbroden op. Toen nu dat alles geschied was, vielen zij op hun aangezicht neder voor de Eeuwige en baden, dat Hij hen toch niet meer in zulk een jammer wilde laten komen; maar indien zij zich weer aan Hem mochten bezondigen, dat Hij hen genadig straffen en niet in de handen der g’dslasteraars, der gruwzame heidenen, geven wilde. En G'd schikte het zo, dat op dien dag de tempel gereinigd werd, op welke de heidenen hem verontreinigd hadden, namelijk op de vijfentwintigsde dag der maand Kislev. En zij hielden met vreugde feest, gelijk een feest der Loofhutten, en gedachten daarbij, dat zij een korte tijd tevoren het Loofhuttenfeest in de wildernissen en in de holen, als de wilde dieren, gehouden hadden. En zij droegen loof en groene twijgen en palmtakken en loofden G'd, die hun de overwinning gegeven had, om Zijn tempel te reinigen. Zij lieten ook een gebod uitgaan door het gehele Jodendom, dat men deze dag jaarlijks zou vieren." - De Tempel was gereinigd en het licht van de kandelaar kon weer onbeperkt schijnen in deze door de Eeuwige gewijde ruimte. De G’ddelijke heerschappij binnen de grenzen van Eretz Yisra’el was weer hersteld. De Tora kon weer in vrijheid en zonder enige belemmering worden bestudeerd. De Shabat en de Bijbelse feestdagen konden weer in volle vrijheid gevierd worden zonder dat de Hellenisten daar tegen optraden. En de Joodse jongetjes konden weer worden besneden zoals haShem met Avraham heeft afgesproken. Om deze verlossing van de geestelijke onreinheid die de Griekse cultuur onder de Joden verspreidde te vieren, wordt tot de dag van vandaag tijdens de ochtenddienst in de synagoge op de dagen van Chanuka het Hallelgebed gelajent, dat bestaat uit de hoofdstukken 113 tot en met 118 van de ,ylht Tehilim [Psalmen]. Sinds met Theodor Herzl en het zionisme het Jodendom tot nieuw leven is opgewekt, is Chanuka overal weer heel sterk op de voorgrond gekomen. In de Joodse literatuur heeft dit feest zich geen geringe plaats veroverd. Onder Herzls mooie geschriften is "De Dienaar van het Licht" nog altijd een juweeltje. Sinds tientallen jaren, zeker sinds de wederoprichting van de staat Israël, wordt het Chanukafeest veel algemener en hartelijker gevierd dan daarvoor, want zijn grote historische inhoud werd in de tijd van nationaal herstel terdege begrepen en diep gevoeld. De gevoelens bij de bevrijding van Jeruzalem na de zesdaagse oorlog zijn vanzelfsprekend zonder meer vergelijkbaar met hetgeen we in het verhaal van de bevrijding van Jeruzalem na de Maccabeeënopstand tegenkomen.

Viering van het Chanukafeest

In elk Joods huis staat een achtarmige Chanukakandelaar, de Chanukia hykvnx, met acht lichtjes, voor elke dag een. In een apart houdertje zit nog los een ander lichtje. Dat is de Shamash >m> (dienaar), waarmee de andere lichtjes kunnen worden aangestoken: iedere avond een lichtje meer. Het aansteken kan door de vader van het gezin gebeuren, maar ook door een van de zonen. Als er geen mannelijk lid van het gezin aanwezig is, mag het ook door een vrouw of meisje gedaan worden. De reden waarom de voorkeur uitgaat naar een man is omdat het aansteken van de Chanukia herinnert aan het ontsteken van de Menora in de tempel. Dit kan op verschillende manieren. Soms gebruikt men bakjes met olie, maar meestal kaarsjes. Als het lichtje brandt, worden Chanukaliedjes zoals Ma’oz Tzur rvj zvim (rdc Sidur pagina 338) gezongen, met de Drejdl gespeeld of zelfs gedanst. Op Erev Chanuka hkvnx bri (de vooravond van het feest) brandt het eerste kaarsje van de acht, welke reeds in de Chanukia aanwezig zijn. Omdat het Hebreeuws van rechts naar links gelezen wordt, worden de Chanukalichtjes ook van rechts naar links aangestoken, elke avond eentje meer. De eerste kaars laat men geheel opbranden. Op de volgende avond zet men op die plek een nieuwe kaars. Nu worden er twee kaarsen aangestoken, waarbij men met de nieuwe, die links van de eerste staat, begint. Zo worden de kaarsjes trapsgewijs steeds groter als symbool dat ook het wonder toenam. Als na acht dagen alle lichten van de Chanukia branden, spreekt men daarmee de hoop uit op de komende tijd van de Messiaanse heerschappij, het duizendjarige Vrederijk, waarin het volle licht doorbreekt. De week heeft immers 7 dagen en de 8 betekent het begin van een nieuwe week, van een nieuw begin! De achtste avond van het Chanukafeest is "pakjesavond", want dan krijgen de kinderen cadeautjes en het hele gezin kan genieten van de heerlijke Chanukagerechten zoals Latkes, een soort "Rösti" van gerasperde aardappels en Sufganiot, een soort oliebollen gevuld met jam. Het frituren in hete olie herinnerd ons aan de geheiligde olie in de tempel. Het is dus een herinnering aan het wonder dat toen plaatsvond. Chanuka is niet alleen een familiefeest, maar wordt ook in de sjoel, de synagoge, gevierd. Daar gaat het ontsteken van de Chanukia echter gepaard met plechtigheden zoals lofspreuken en een aangepaste liturgie.

Feest van het Licht

Josephus Flavius noemde Chanuka reeds in de eerste eeuw van de gewone jaartelling al het "feest van het licht", omdat dit aspect een centrale plaats inneemt. Het is dus ook beslist geen toeval, dat dit lichtfeest begint op 25 Kislev. Het 25e woord in de Tora is in het Hebreeuws namelijk het woord "or" rva, hetgeen "licht" betekend. Ook Yeshua haMashiach speelde hierop in, toen Hij gedurende het Chanukafeest aan het Joodse volk openbaarde, wie Hij was: "Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt, zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben" (Yochanan ]nxvy [Johanes] 8:12). Nogmals legde Hij in hoofdstuk 9, vers 5 de nadruk op dit aspect van het Chanukafeest: "Zolang Ik in de wereld ben, ben Ik het Licht der wereld." - Yeshua identificeerde Zichzelf met het Chanukalicht, omdat juist gedurende de acht dagen van dit feest herhaaldelijk aan Hem werd gevraagd, wie Hij was: "Toen kwam het vernieuwingsfeest te Jeruzalem; het was winter. En Yeshua [Jezus] wandelde in de Tempel, in de zuilengang van Sh’lomo [Salomo]. De Yehudim [Judeeërs] omringden Hem en zeiden tot Hem: Hoelang houdt Gij onze ziel nog in spanning? Indien Gij de Mashiach [Christus] zijt, zeg het ons dan ronduit" (]nxvy Yochanan [Johannes] 10:22-24). Helaas suggereert de NBG-vertaling, dat deze vraag en het daarop volgende antwoord geen betrekking zouden hebben op Chanuka door het woordje "kwam" te gebruiken. Uit de grondtekst van Johannes 10:22 blijkt echter, dat het feest niet kwam, maar reeds in volle gang was. De Luther-vertaling is in dit opzicht iets duidelijker: "En het was het feest der tempelwijding te Jeruzalem, en het was winter...". Ook de Statenvertaling zegt hetzelfde: "En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem; en het was winter..." In de vertaling van "Het Boek" staat eenvoudig: "In Jeruzalem werd het jaarlijkse feest van de tempelvernieuwing gevierd". Yeshua, het Licht der wereld, is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen. Hij is de Shamash >m>, de dienaar, het negende licht van de Chanukia, waarmee de andere lichten ontstoken en geheiligd worden. Ondanks het feit, dat Yeshua Zijn ware identiteit openbaarde, werd Hij door de leiders van het volk niet als zodanig herkend en erkend. Dit feit wordt reeds aan het begin van de B'sora haQ’dosha al-pi Yochanan ]nxvy yp9li h>vdqh hrv>b [Evangelie volgens Johannes] duidelijk beschreven: "In het Woord was leven en het leven was het licht der mensen, en het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet gegrepen. Er trad een mens op, van G'd gezonden, wiens naam was Yochanan [Johannes], deze kwam als getuige om van het licht te getuigen, opdat allen door hem geloven zouden. Hij was het licht niet, maar was om te getuigen van het licht. Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem geworden, en de wereld heeft Hem niet gekend". (]nxvy Yochanan [Johannes] 1:4-10). Zelfs vlak voor Zijn verzoenend lijden en sterven herinnerde Yeshua ons eraan, dat Hij dit waarachtige licht is: "Nog een korte tijd is het licht onder u. Wandelt, terwijl gij het licht hebt, opdat de duisternis u niet overvalle; en wie in de duisternis wandelt, weet niet, waar hij heengaat. Gelooft in het licht zolang gij het licht hebt, opdat gij kinderen des lichts moogt zijn" (Yochanan ]nxvy 12:35-36). Yeshua is het Licht der wereld. Hij heeft Zijn taak echter vervuld en is teruggekeerd naar Zijn Vader, die in de hemelen is. Maar Hij roept ons op, om het van Hem over te nemen: "Gij zijt het licht der wereld. Een stad, die op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. Ook steekt men geen lamp aan en zet haar onder de korenmaat, maar op de standaard, en zij schijnt voor allen, die in het huis zijn. Laat zo uw licht schijnen voor de mensen, opdat zij uw goede werken zien en uw Vader, die in de hemelen is, verheerlijken" (Matityahu vhyttm [Matthéüs] 5:14-16). Y

Laatste wijziging op: 24-09-2008 09:15