ELCHANAN | Gastenboek | REAGEREN ?? | Joodse vluchtelingen | Yeshua en het midden oosten conflict | zonder kleur van de media | Nieuws rechtstreeks uit Israël | Valse berichtgevingen over Israël | De moefti van Jeruzalem. | HOE LANG NOG .............. | WIE ISRAEL HAAT......... | CHAOS ! | SAMARIA en JUDEA | Het geheime wapen van Israël | Messiaanse profetieën | Bezette gebieden ?? | Islam en Christendom | Liegen in de Islam | Uw Volk is mijn volk. | Israël: Vrede of het einde ? | De laatste dagen. | De Thora | De Thora 2 | De boodschap in de Tenach | FOTO'S RONDOM JERUSALEM | Interessante links | Palestina. (studie) | Bruiloft te Kana (studie) | Kerstfeest (studie) | Chanuka (studie) | Joodse identiteit van de gemeente (studie) | De Naam YESHUA (studie) | Wekenfeest - Pinksteren (studie) | waarom strijd in Midden Oosten ? | Terrorist vindt Jezus | 2 + 2 = 4 | Wat God echt wil..... | Wees eerlijk !!! | Wat met de toekomst ? | Geen tijd voor Yeshua | De Nederlandse media en Israël | De strijd is begonnen.... | Verzoening tussen Jood en Arabier | Identiteit van de palestijnen. | Israël liefhebben vanuit Gods hart. | HIEP HIEP HOERA ??? | Zicht op onze Joodse wortels | De namen die Israël vormen. | HOEZO BEZETTING ? | De roep van de Sjofar | JAHWE en allah dezelfde ?? | Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde | Het islamitisch geloofsdogma | God is één ; Adonai Echad ! | Poeriem / Najaarsfeesten. | The passion of CHRIST | Messias belijdend jodendom. | De tranen van Jezus | Politiek of Bijbels Zionisme ? | Slippendragers van satan | Hitler en Israël | Bief aan minister Bot | De Kruisiging | Speciaal voor jou !! | Terreur ?!? | De islam | Israël en Europa | Arafat is dood....nu eindelijk de waarheid | tekenen der tijden | Sabbath vieren | PROFETISCHE TEKENEN | De les der geschiedenis.

Door Werner Stauder

 

KERSTFEEST - CHAG HAMOLAD

d l v m h g x

Tegenstanders en dwaalleraars

Deze vergissing heeft talrijke tegenstanders van zowel het Christendom alsook het messiasbelijdend Jodendom aangemoedigd, om niet alleen de maagdelijke geboorte van Yeshua [Jezus] in twijfel te trekken, maar ook het geloof in Zijn opstanding, hemelvaart en wederkomst te bestempelen als een verzinsel van mensen. Want als de veronderstelde datum van Zijn geboorte al niet klopt, dan zal de rest ook wel met een korreltje zout genomen moeten worden. Naast kritische wetenschappers zijn er tegenwoordig zelfs een groeiend aantal zich "christelijk" noemende theologen, óók in Nederland, die openlijk de g’ddelijkheid van Yeshua ontkennen. Volgens sommigen van hen is Yeshua ook niet geboren uit een maagd, niet geboren uit het geslacht van David en niet geboren in Bethlehem maar in Nazareth. Er was dus geen stal, geen herders, geen ster, geen wijzen, geen kindermoord en geen vlucht naar Egypte. Dat er een historische Jezus leefde tijdens de tweede tempelperiode, die in het Hebreeuws Yeshua heette, betwijfelt vandaag praktisch niemand meer. Dat is inmiddels bewezen. Maar voor de bovengenoemde "theologen" was Hij slechts een heel bijzonder mens, buitengewoon begaafd, iemand waar we veel van kunnen leren, kortom een voorbeeld voor ons allen! Misschien zelfs een door G’d gezondene? Maar veel meer ook niet, en zéker niet de énige weg om tot de Vader te komen. Hij is één van de vele wegen, aldus deze "theologen". Hun argumenten zijn in elk geval niet nieuw! Reeds in het laatste kwart van de tweede eeuw van de gewone jaartelling verklaarde de bekende heidense filosoof Celsus ten opzichte van de maagdelijke geboorte van Yeshua, dat de werkelijke reden voor dergelijke aanspraken bestond in een verdoezelen van het bastaardschap. Volgens hem was Miryam [Maria] helemaal geen maagd meer en was de onwettige vader van Yeshua een Romeinse soldaat genaamd Panthera, in wiens naam een ironische zinspeling te ontdekken valt op Parthenos p a r q e n o V , het Griekse woord voor de maagd van Matthéüs 1:23 en dus ook Jesaja 7:14. Als reactie op het geniepige antisemitisme van de kerk en de zware vervolgingen van christelijke zijde hebben Joodse schrijvers deze spot van Celsus in de middeleeuwen opgenomen in een g’dslasterlijk boek, getiteld "Toledat Yeshu" [De geschiedenis van Yeshua], waarin ook gedeelten uit de Talmud over Yeshua en felle aanvallen op Zijn persoon staan. Met name rondom het Kerstfeest werd uit deze smaadschrift aan de Joodse gezinnen voorgelezen, dat Yeshua een onecht kind geweest zou zijn van een Romeinse soldaat, Panthera geheten, en geboren zou zijn uit een hoer, genaamd Miryam. In Egypte zou Yeshua de toverkunst der Egyptenaren hebben geleerd, en daarna zou Hij als ‘hoge ingewijde’ naar Israël zijn teruggekomen. Maar gelukkig heeft deze "Toledat Yeshu" geen officiële plaats binnen het Jodendom gekregen en is het, als zijnde van geen enkele historische waarde, door hedendaagse Joodse geleerden verworpen. Desalniettemin heeft het tot in onze tijd het denkpatroon van een groot aantal met name orthodoxe Joden mede bepaald. Ook in de Islam heeft men het verhaal van de maagdelijke geboorte van Yeshua behoorlijk verdraaid. Volgens de Surat Maryam in de Qur’an [koran] kwam de engel Jibril [Gabriël] niet alleen als boodschapper bij Maryam [Maria], maar fungeerde tevens als verwekker van Isa [Jezus]. Zo kunnen we in de Sura 19:16-22 lezen: "En vermeld in het boek Maryam: Toen zij zich van haar familie terugtrok naar een oostelijke plaats en een afscherming tegen hen maakte, toen zonden Wij Onze geest [engel] naar haar en hij deed zich aan haar voor als een goedgevormd mens. Zij zei: ‘Ik zoek bij de Erbarmer bescherming tegen jou, als jij godvrezend bent’. Hij zei: ‘Maar Ik ben de gezant van jouw Heer om jou een reine jongen te schenken’. Zij zei: ‘Hoe zou ik een jongen krijgen, terwijl geen mens mij aangeraakt heeft, en ik ben geen onkuise vrouw’. Hij zei: ‘Zo is het. Jouw Heer heeft gezegd: ‘Het is voor Mij gemakkelijk. En het is opdat Wij hem tot een teken voor de mensen maken en uit barmhartigheid van Ons. En het is een beslissing die gevallen is’. Dus werd zij zwanger van hem en trok zich met hem terug naar een afgelegen plaats." Dat de engel Isa [Jezus] verwekt zou hebben en Maryam [Maria] dus niet door de Heilige Geest overschaduwd zou zijn, zoals wél in de Bijbel staat, wordt nog eens extra benadrukt in vers 34 van Sura 19: "Dat is Isa, de zoon van Maryam, het woord van de waarheid waaraan zij twijfelen. Allah is niet zo dat Hij zich een kind neemt..." In Sura 4:171b vinden wij een uitspraak met dezelfde strekking: "Immers Allah is een enig god; ver is het van Zijn lofprijzing dat Hij kinderen zou hebben". Nog feller gaat de schrijver van de Qur’an in Sura 9:30 te keer: "En de christenen zeggen: ‘de Masih [Messias] is Allah’s Zoon.’ - Dat is wat zij zeggen met hun monden, in aanpassing van de woorden van hen, die in vroeger tijd ongelovig waren. Allah moge hen bestrijden! Hoezeer zijn zij in leugen verstrikt!" Evenals door sommige hedendaagse "christelijke" theologen, voornamelijk uit reformatorischen huize, ontkennen ook de Moslims in alle toonaarden de g’ddelijkheid van Isa [Jezus]: "Ongelovig waren waarlijk zij, die zeiden: Allah is de Masih" (Sura 5:17). "Immers de Masih Isa, zoon van Maryam is slechts de boodschapper van Allah" (Sura 4:171) "Ongelovig zijn zij die zeggen: Allah is de Masih, zoon van Maryam" (Sura 5:72). "De Masih, de zoon van Maryam, is alleen maar een gezant aan wie de andere gezanten zijn voorafgegaan" (Sura 5:75). Gelukkig mogen wij in de Injel, zoals de Moslims het Nieuwe Testament noemen, precies het tegenovergestelde lezen, wetende dat wij het hier met G’ds Woord, dat waar is, te maken hebben: "Doch wij weten, dat de Zoon van G’d gekomen is en ons inzicht gegeven heeft om de Waarachtige te kennen; en wij zijn in de Waarachtige, in Zijn Zoon Jezus Christus. Dit is de waarachtige G’d en het eeuwige leven" (1 Johannes 5:20). "Simon Petrus, een dienstknecht en apostel van Jezus Christus, aan hen, die een even kostbaar geloof als wij hebben verkregen door de gerechtigheid van onze G’d en Heiland, Jezus Christus" (2 Petrus 1:1). "Jezus kwam, terwijl de deuren gesloten waren, en Hij stond in hun midden en zeide: Vrede zij u! Daarna zeide Hij tot Tomas: Breng uw vinger hier en zie Mijn handen en breng uw hand en steek die in mijn zijde, en wees niet ongelovig, maar gelovig. Tomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Here en mijn G’d! Jezus zeide tot hem: Omdat gij Mij gezien hebt, hebt gij geloofd? Zalig zij, die niet gezien hebben en toch geloven." (Johannes 20:28).

Het geboortejaar van Yeshua

Terugkomend op het eigenlijke onderwerp van deze bijbelstudie wil ik herhalen dat de precieze omstandigheden rondom de geboorte van Yeshua voor vele theologen en historici nog steeds duister en omstreden zijn. Om te beginnen moest er een eerste moeilijkheid worden opgelost: die van de geboortedatum. Tegenwoordig bezitten wij over deze gebeurtenis nauwkeuriger gegevens dan die abt Dionysius te Rome ter beschikking stonden, toen hij in 532 het jaar van de geboorte vastlegde en zich daarbij om ten minste vier jaar verrekende. De meeste wetenschappers vinden het feit doorslaggevend dat Matthéüs de geboorte van Yeshua dateert rond de tijd dat Herodes de Grote stierf. Hij overleed volgens de geschiedschrijver Josephus (Antiq. XVII, 8) kort vóór Pesach in het jaar van Rome 750, dat is het jaar 4 vóór de gewone jaartelling. Deze datum werd door een toen plaats gehad hebbende maansverduistering bevestigt. Indien men nu, hiervan uitgaande, de tijd berekent, die nodig was voor de reiniging naar de Tora, voor het bezoek der Wijzen, voor de vlucht en het verblijf in Egypte, tot op de dood van Herodes, dan kan de geboorte van Yeshua onmogelijk later hebben plaats gevonden dan in de herfst van het jaar 749 der stichting van Rome. De scythische monnik Dionysius Exigus, die in de zesde eeuw in Rome leefde, heeft zich vergist door als geboortejaar het jaar 754 van de Romeinse tijdrekening aan te houden, dat daarmee het jaar één van de onze werd. Hij voerde in 532 na Christus namelijk een liturgische kalender in, die de jaren telde vanaf de geboorte des Heren (anno Domini) in plaats van volgens het systeem dat de heidense Romeinse keizer Diocletianus had ontworpen. De informatie waarover Dionysius beschikte was echter beperkt. Hij kon noch de volkstelling van Quirinius uit Lucas 2:1-3, noch de dood van Herodes uit Matthéüs 2:19 precies vastleggen en schijnt een schatting te hebben gemaakt op basis van andere bijbelse aanknopingspunten: Yochanan haMat’bil [Johannes de Doper], die Yeshua voorafging, begon te prediken in het 15e regeringsjaar van de Romeinse keizer Tiberius (Lucas 3:1); Yeshua was ± 30 jaar oud aan het begin van Zijn optreden (Lucas 3:23). Het 15e regeringsjaar van Tiberius was echter volgens moderne berekeningen 29 na Christus, dus het jaar 779 van Rome. Als Dionysius Exigus één jaar rekende voor de opdracht van Yochanan haMat’bil, dan moet hij tot de conclusie zijn gekomen, dat Yeshua Zijn optreden begon in het jaar 30. Als Hij op dat moment dus 30 jaar oud was, was Hij logischerwijs geboren in het jaar 1 en dat is waarschijnlijk de redenering die aan de basis ligt van onze huidige tijdrekening, die dus niet klopt, want wanneer men van 779 dertig jaren achteruit rekent, komen wij uiteraard uit bij het al eerder genoemde jaar 749 van Rome. Hedendaagse wetenschappers probeerden de aanknopingspunten die Matthéüs en Lucas bieden, aan de hand van historische bronnen te verifiëren, maar stuitten daarbij op enkele moeilijkheden. Volgens Matthéüs is Yeshua vóór de dood van Herodes geboren, maar Lucas vermeldt in dat verband het volgende: "En het geschiedde in die dagen, dat er een bevel uitging vanwege keizer Augustus, dat het gehele rijk moest worden ingeschreven. Deze inschrijving had voor het eerst plaats, toen Quirinius het bewind over Syrië voerde." (Lucas 2:1-2). Twee problemen! In de eerste plaats is er onder Octavius Augustus nooit zo een grootschalige volkstelling in het gehele Romeinse Rijk gehouden. Deze vond echter wel plaats in Judea, Samaria en Idumea, de gebieden waarover Archelaüs, de zoon van Herodes de Grote, regeerde tot hij in 6 n.C. door de Romeinen naar Gallië werd verbannen. De reeds door Lucas genoemde Publius Sulpicius Quirinius, de keizerlijke gouverneur van Syrië in 6-7 n.C. zou met die volkstelling belast geweest zijn. Het tweede probleem is dus, dat Herodes vier jaar vóór het begin van onze jaartelling gestorven is en dat Quirinius pas in het jaar 6 van onze jaartelling in Syrië is gekomen. Dat was tien jaar ná de dood van Herodes, hoewel Matthéüs 2:1 en Lucas 1:5 de geboorte van zowel Yochanan alsook van Yeshua dateren "in de dagen van Herodes, de koning van Judea". Om uit die tegenstrijdigheid te komen hebben de specialisten zich het hoofd gebroken en duizend oplossingen aangedragen. Sommigen hebben geopperd dat Lucas zich moet hebben vergist en Quirinius verward heeft met de eerdere Romeinse legaat van Syrië, Saturnius genaamd, die volgens Tertullianus in het jaar 6 vóór Chr. een volkstelling had gehouden. Maar dat is allerminst bewezen, want het is nauwelijks aan te nemen dat Lucas zich vergist zou hebben, daar hij juist als inleiding schreef: "Aangezien velen getracht hebben een verhaal op te stellen over de zaken, die onder ons hun beslag hebben gekregen, gelijk ons hebben overgeleverd degenen, die van het begin aan ooggetuigen en dienaren van het woord geweest zijn, ben ook ik tot het besluit gekomen, na alles van meet aan nauwkeurig te hebben nagegaan, dit in geregelde orde voor u te boek te stellen, hoogedele Theofilus, opdat gij de betrouwbaarheid zoudt erkennen der zaken, waaraan gij onderricht zijt" (Lucas 1:1-4). Kortom, wat de vermelding van de volkstelling betreft, is het nog steeds een open vraag. Ik ben van mening, dat de volkstelling als aanleiding voor de reis van Miryam en Yosef naar Beit Lechem, de stad van David, alwaar dan de Mashiach werd geboren zoals de profeten hebben voorzegd, van groter belang is, dan voor de juiste datering van Zijn geboorte. De Bijbel dient bovendien op de eerste plaats niet te worden beschouwd als een geschiedkundig boek, dat tot in de details in chronologische volgorde historisch geverifieerd moet kunnen worden, maar veeleer als het door Ruach haQodesh [de Heilige Geest] geïnspireerde Woord van G’d met een rijke schat aan symboliek en geestelijke waarheden. Dit wil echter niet zeggen dat men helemaal niets zou kunnen verifiëren. Integendeel! Opgravingen en buitenbijbelse bronnen bevestigen juist heel veel van de bijbelse gegevens. Waar het mij om gaat is het feit, dat de Bijbel een boek van geloof is en geen wetenschappelijk werk, en derhalve in geloof moet worden gelezen. Yeshua zelf heeft immers gezegd, dat de wetenschap het geloof in de weg staat! Sterker nog, ik durf zelfs te beweren, dat het volstrekt onmogelijk is de volle diepte van G’ds Woord te bevatten, als de Heilige Geest niet de wijsheid en inzicht daartoe verleent. Daarom moet men de Bijbel ook biddend lezen. Wat het exacte geboortejaar van Yeshua betreft, neigen de meeste exegeten dus naar de opvatting, dat deze vóór de dood van Herodes moet hebben plaats gevonden, want op dat punt stemmen Matthéüs en Lucas met elkaar overeen. Als Herodes in het jaar 4 vóór onze jaartelling is gestorven, dan zou Yeshua tussen het jaar 5 en 6 vóór Chr., dat is 748 of 749 volgens de romeinse kalender, moeten zijn geboren, want in Matthéüs 2:13-21 lezen wij, dat Herodes vlak voor zijn dood in Beit Lechem alle jongetjes van twee jaar oud en daar beneden liet vermoorden. Yeshua moet toen dus ongeveer twee jaar oud geweest zijn. Een andere grondslag voor die berekening leveren ons in Johannes 2:20 de woorden: "Zes en veertig jaren is over deze tempel gebouwd", ofschoon de geschiedschrijver Josephus die van de herbouwing des tempels onder Herodes spreekt, op de ene plaats zegt dat zij geschiedde in het achttiende jaar der regering van die vorst, en op een andere plaats in het vijftiende jaar (Antiquitates Judaicae XV,14 en Bello Judaico I,16). Maar het moet wel in het oog gehouden worden, dat dezelfde geschiedschrijver elders opgeeft, dat deze regering zeven en dertig en dan eens vier en dertig jaren geduurd heeft, al naarmate hij de datum neemt der benoeming van Herodes door de Romeinen, welke plaats had in het jaar 714 van Rome, of dat hij de aanvaarding van de troon van Judea door Herodes rekent vanaf de dood van Antigones, die drie jaren later plaats had (Antiquitates Judaicae XVII, 10 et passim). Volgens de eerste aanwijzing bevinden wij, dat Herodes begonnen zou zijn met het herbouwen van de tempel in het jaar van Rome 732. Indien nu, zoals waarschijnlijk is, Yeshua het eerste Paasfeest van leraarsambt zeven en veertig jaren later vierde, dus in het tweede jaar der voltooiing van de tempel, of het jaar 779, dan zullen wij, wanneer wij van dit laatste cijfer de leeftijd van Yeshua, namelijk dertig en een half jaar aftrekken, het einde van het jaar 748 krijgen als datum van Zijn geboorte. Dit onderzoek noodzaakt ons tot de slotsom, dat de geboorte van Yeshua teruggebracht kan worden tot het jaar van Rome 748 of 749 ofwel 5 of zes vóór de gewone jaartelling. Hoe dan ook, de christelijke kalender die steunde op de foutieve berekening van Dionysius en die niet gebaseerd was op de datum van Herodes’ dood, werd algemeen aanvaard in de zesde eeuw met als gevolg dat wij het jaar 2000 eigenlijk al enkele jaren geleden ongemerkt gepasseerd zijn.

De geboortedag van Yeshua

avh alh ,vyh ,kl dly iy>vm yk

.dvd ryib ]vdah xy>m

"Ki Moshi’a yuled lachem haYom halo hu haMashiach haAdon b’ir David! - U is heden de Heiland geboren, namelijk de Mashiach, de Here, in de stad van David!" (Lucas 2:11). Een klein woordje in het overbekende kerstverhaal ontglipt meestal aan de oplettendheid van de lezer: ",vyh haYom - heden"! Het zou goed zijn, als we daar even bij stil zouden staan. Dit woordje "heden" is namelijk mede bepalend voor onze eigen toekomst, ons eigen leven! Dus wat wordt met "heden" eigenlijk bedoeld? In ieder geval beslist niet 25 december, de dag waarop de christenen de geboorte van Yeshua in de stal van Beit Lechem herdenken. "O nee?" zult u nu denken, "hoe dat zo?" - Wel, Yeshua is namelijk niet op 25 december van het jaar 1 geboren, maar eind september van het jaar 6 vóór de gewone jaartelling. De foutieve berekening van Dionysius heeft de verkeerde jaartelling veroorzaakt, maar voor het bewust onjuiste vastleggen van de geboortedag des Heren als algemene christelijke feestdag was echter iemand anders verantwoordelijk: namelijk keizer Constantijn, die het vroege christendom met het romeinse heidendom vermengde, waaruit uiteindelijk de rooms-katholieke kerk ontstond. Door zijn verering van de zonnegod verklaarde hij in het jaar 321 n.C. de zondag tot rustdag in plaats van de Shabat, en dit heeft ertoe geleid dat men kerstmis op 25 december, het feest van de zonnegod ging vieren en daarmee rukte deze Romeinse keizer de Joodse Messias Yeshua niet alleen los van het Joodse volk om de Gemeente daardoor haar oorspronkelijke Joodse identiteit te ontnemen, maar hij koppelde de geboorte van Jezus Christus nu ook nog aan het door de Romeinen gevierde populaire feest van "Sol invictus" [de onoverwinnelijke zon)!

Kerstfeest van heidense oorsprong

De dag waarop sindsdien de christenen van de meeste denominaties wereldwijd de geboorte van Jezus Christus herdenken, 25 december, is echter niet alleen bij de Romeinen en Grieken een afgodisch feest van bijgeloof geweest, maar van oudsher verjoegen ook de Germanen, de Vikingen en de Kelten de boze geesten en vierden rond de 25e december het feest van de terugkeer van het licht, het zogenaamde midwinter- of joelfeest. Doordat keizer Constantijn de geboortedag van Christus op de 25e december vastlegde, versmolt rond het jaar 381 ook in de gekerstende Noordeuropese landen het heidense feest van het licht met het christelijke feest van het licht en van de vrede. Zo maakte de rooms-katholieke kerk op deze manier handig gebruik van de enorme populariteit van het joelfeest om het christendom verder onder de heidenen te verspreiden. Door o.a. Johannes 1:9 aan te halen: "Het waarachtige licht, dat ieder mens verlicht, was komende in de wereld" en deze tekst over de geboorte van Jezus Christus te combineren met Johannes 8:12, waarin Hij zelf zegt: "Ik ben het Licht der wereld" was de link gelegd naar het joelfeest, want ook in dit Germaanse midwinterfeest staat het licht centraal. Dan staat immers de zon op het laagste punt en is de langste nacht overwonnen. Het licht keert weer terug en de dagen zullen weer langer worden. De zon keert zich van de duisternis weer naar het licht en de mensen geven elkaar op die dag cadeautjes, want de zonnegod is geboren! Ook hebben van oudsher allerlei boomrituelen tijdens het midwinterfeest plaatsgevonden. Zo werd de levensboom met blinkende ballen versierd. Volgens het oude bijgeloof bezaten deze heksenballen namelijk met hun blinkende uitstraling een onheil en heksen afwerende kracht en ook de talrijke boze geesten zouden erdoor gehypnotiseerd raken en dan in de ballen gevangen worden. Sommige oervolken hingen slingers in de levensboom om de boomgeest mild te stemmen. En zo komen ook de kerstballen en de kerstslingers evenals de kerstboom voort uit bijgeloof en de tradities van het joelfeest! Hierin vindt ook de kerstman zijn oorsprong. In de noordpoolgebieden en in Skandinavië vereerde men de tussen hemel en aarde reizende god Odin, die vaak in gezelschap van rendieren werd afgebeeld. Ze kwamen via de rookgaten [schoorstenen] de huizen binnen. Om hen gunstig te stemmen legde men ’s nachts voedsel voor hen neer. Veel kerstgebruiken komen dus voort uit puur bijgeloof en afgoderij. Daarom is het haast onbegrijpelijk dat de meeste christenen hier geen kwaad in zien. Ook al is men christen en viert men de geboorte van de Heiland, maar toch blijft men bijzonder hardnekkig vasthouden aan de heidense tradities en zo is het dus eigenlijk niet echt verwonderlijk dat tot de dag van vandaag in de skandinavische landen het kerstfeest nog steeds zijn oorspronkelijke naam draagt: joel! Daar schrijft men het wel als jul, maar alleen in Denemarken spreekt men het uit als joel, terwijl men in Zweden en Noorwegen juul zegt. Ook in ons land komen veel oude boerengebruiken met de rituelen van de oude religie overeen. Al vele eeuwen lang ging het vieren van de heidense vruchtbaarheidsfeesten gepaard met het opsmukken en vereren van de bomen. Dit gebruik vinden we vandaag de dag niet alleen terug in het opsmukken van de kerstboom, maar ook de meiboom op het dorpsplein en niet te vergeten de versierde paastakjes. De boom zorgde als symbool voor de vruchtbaarheid ervoor, dat het vee zich vermenigvuldigde en de vrouwen werden gezegend met kinderen. Deze boomrituelen zoals de kerstbomen in de kerk zijn echter een gruwel in de ogen des HEREN, want reeds in TeNaCH [het Oude Testament], waarschuwt de profeet Yir'm’yahu [Jeremia] voor deze heidense praktijken: "Zo zegt de Eeuwige: Gewent u niet aan de weg der volken en schrikt niet voor de tekenen aan de hemel, omdat de volken daarvoor schrikken. Want de handelwijze der volken, die is nietigheid: want als een stuk hout heeft men het uit het woud gehakt, arbeid van werkmanshanden met de bijl, met zilver en goud siert men het op, met spijkers en hamers maakt men het vast, zodat het niet waggelt" (vhymry Yir’m'yahu [Jeremia] 10:2-4). - Helaas hebben de protestanten deze en andere heidense practijken, die toen de rooms-katholieke kerk zijn binnengeslopen, ook na de reformatie laten voortbestaan. Niet alleen wat de rituelen en tradities betreft, maar vooral de datum waarop het gevierd wordt. Het joelfeest begon in de nacht van de 24e op de 25e december en duurde twaalf nachten. Tegenwoordig kent men de "kerstkring", die begint met de feestelijke nachtmis op 24 december en eindigt met Driekoningen op 6 januari. Dat dit absoluut niets met de historische gebeurtenis in Betlehem te maken heeft ligt voor de hand! Ik heb een keer in een christelijk blad gelezen, dat de Here Jezus er erg verdrietig om is, dat op Zijn geboortefeest tegenwoordig niet meer Hij zelf, maar de kerstman centraal staat! Maar eigenlijk kan men het beter omdraaien: Yeshua is er juist erg verdrietig om, dat men reeds eeuwenlang Zijn geboortefeest viert op de feestdag van de kerstman! Het zou dus echt bijbels zijn, als men de geboorte van Yeshua niet meer eind december, maar eind september zou herdenken en dan natuurlijk zonder kerstboom!

Geboorte Yeshua in de maand Tishri

De Here heeft niet voor niets uitgerekend de maand Tishri [september / oktober] gekozen voor Zijn komst in het vlees. In deze maand vinden namelijk drie van de zeven bijbelse feesten plaats: hn>h >ar Rosh haShana, het nieuwjaarsfeest. Het is de dag waarop de bazuin geblazen wordt. Het is de eerste scheppingsdag en tevens de dag van de wederkomst van Yeshua (daarover volgt een aparte bijbelstudie). Daarna volgt ,yrvpkh ,vy Yom Kipur, de grote verzoendag. Slechts Yeshua kon deze grote verzoening tussen mens en G'd tot stand brengen. En tenslotte tvkc Sukot, het loofhuttenfeest, ter herdenking van de tocht door de woestijn. Wij worden met dit feest herinnerd aan onze eigen woestijntocht in dit aardse leven en de loofhutten geven aan hoe kwetsbaar wij zijn zonder Yeshua. Dus de maand september geeft genoeg symboliek voor de komst van Yeshua. Maar is dit ook historisch aanwijsbaar. Jazeker! Tot deze conclusie komen wij, als wij de Joodse geschriften nauwkeurig bestuderen. De echtgenoot van Elisheva [Elizabeth], de priester Zechar’ya [Zacharias], had namelijk in de maand Tamuz [juni/juli] tempeldienst toen de engel Gavri'el [Gabriël] aan hem verscheen. Enkele dagen daarna werd Elisheva zwanger en zes maanden later verscheen Gavri'el eveneens aan Miryam [Maria]. Ruach haQodesh [de Heilige Geest] kwam over haar en zij werd toen ook zwanger. Dat gebeurde dus in de maand Tevet [december/januari]. Als wij negen maanden verder tellen, kan Yeshua dus alleen in de maand Tishri (september/oktober) geboren zijn. Hoe kunnen we nu precies weten, wanneer Zechar’ya de tempeldienst moest verrichten? Welnu! In Lucas 1:5 lezen wij: "Er was in de dagen van Herodes, de koning van Yehuda [Judea], een priester, genaamd Zechar’ya, beho-rende tot de afdeling van Aviya [Abia], en zijn vrouw was uit de dochters van Aharon [Aäron] en haar naam was Elisheva [Elisabeth]." - Uit deze tekst blijkt, dat Zechar’ya tot de afdeling van Aviya behoorde. Iets verderop lezen wij: "En het geschiedde, toen hij de priesterdienst voor G'd verrichtte in de beurt zijner afdeling, dat hij door het lot werd aangewezen, volgens de regel van de priesterdienst, om de tempel des HEREN binnen te gaan en het reukoffer te brengen." – Om te zien, wanneer de afdeling van Aviya, waartoe Zechar’ya behoorde, aan de beurt was, moeten wij het boek a ,ymyh yrbd Div’rei haYamim alef [I Kronieken] 24:1-5 raadplegen: "De afdelingen der zonen van Aharon. De zonen van Aharon waren Nadav, Avihu, El'azar en Itamar. Nadav en Avihu stierven nog voor hun vader, zonder zonen te hebben, zodat El'azar en Itamar het priesterambt bekleedden. David, Tzadoq - uit de zonen van El'azar - en Achimelech - uit de zonen van Itamar - verdeelden hen voor hun ambtswerk in dienstgroepen. Toen bleek het, dat de zonen van El'azar meer groepshoofden hadden dan de zonen van Itamar; daarom deelde men hen aldus in: zestien hoofden voor de families van de zonen van El'azar, en acht voor de families van de zonen van Itamar. Men deelde hen in bij loting, de ene groep zowel als de andere, omdat er oversten van het heiligdom - oversten G'ds - zowel onder de zonen van El'azar als onder de zonen van Itamar waren" (24:1-5). Het waren dus in totaal 24, en om de beurt, per 14 dagen, verrichtten zij de tempeldienst. "Het eerste lot nu viel op Yehoyariv, het tweede op Yedaya, het derde op Charim, het vierde op S'orim, het vijfde op Malkiya, het zesde op Miyamin, het zevende op Haqotz, het achtste op Aviya..." (24:7-10). Aviya, de dienstgroep van Zechar’ya, wordt in vers 10 als achtste genoemd en daaruit kunnen wij afleiden, dat Zechar’ya in de maand juli de taak had om in de tempel te dienen. Het bijbelse jaar begint immers met de maand Nisan (maart/april) en wordt opgevolgd door Iyar (april/mei). Daarna komt Sivan (mei/juni) en de vierde maand, waarin dus de achtste groep tempeldienst had, was Tamuz (juni/juli). Het was derhalve dus begin juli, dat de engel Gavri'el in de tempel aan Zechar’ya verscheen om hem de geboorte van zijn zoon Yochanan aan te kondigen. Kort daarna werd zijn vrouw Elisheva zwanger en zes maanden later, begin januari kwam Ruach haQodesh (de Heilige Geest) over Miryam [Maria] en zij werd eveneens zwanger (Lucas 1:26). Yeshua haMashiach [Jezus Christus] werd negen maanden later, dus in september geboren. Maar op welke dag precies? Wanneer moeten we dlvmh gx Chag haMolad, het feest van Zijn geboorte, dan wel vieren, als het niet op 25 december kan zijn? Yom Kipur, de grote verzoendag, is het meest waarschijnlijk, want met Zijn geboorte is immers de grote verzoening begonnen. Rosh haShana, de nieuwjaarsdag, kan ook, want Hij heeft een nieuw begin gemaakt. Bovendien zal dit tevens ook de dag van Zijn tweede komst zijn. Sukot kan niet, want als alle Joden op dit pelgrimsfeest naar Jeruzalem moesten gaan, konden zij onmogelijk in verband met de volkstelling ieder naar zijn plaats van herkomst gegaan zijn om zich daar te laten inschrijven.

Welnu, ik ben van mening, dat het weinig uitmaakt op welke dag in de maand september wij de komst van onze Joodse Verlosser herdenken. De viering van het kerstfeest wordt immers noch in B'rit haChadasha (het Nieuwe Testament) noch in TeNaCH (het Oude Testament) vermeld. Het gaat er dus op de eerste plaats niet om, WANNEER de Mashiach is gekomen, maar DAT Hij is gekomen en dat Hij heel SPOEDIG ZAL WEDERKEREN! Als u DAT gelooft en Yeshua NU aanvaardt als uw door de profeten in TeNaCH beloofde Verlosser, dan is Hij HEDEN (haYom) tot u gekomen en dan mag u de tekst uit Lucas 2:10-11 ook persoonlijk opvatten: "Weest niet bevreesd, want zie, ik verkondig u grote blijdschap, die heel het volk zal ten deel vallen: U is HEDEN de Heiland geboren, namelijk de Mashiach, de Here, in de stad van David!" A

 

Aanhangsel:

ROOSTER VAN DE TEMPELDIENST

(a ,ymyh yrbd - 1 Kronieken 24:1-19)

1. Yehoyariv Nisan maart / april

2. Yedaya

3. Charim Iyar april / mei

4. S'orim

5. Malkiya Sivan mei / juni

6. Miyamin

7. Haqotz Tamuz juni / juli

8. Aviya

9. Yeshua Av juli / augustus

10. Sechanyahu

11. Elyasiv Elul augustus / september

12. Yaqim

13. Chupa Tishri september / oktober

14. Yeshevav

15. Bilga Cheshvan oktober / november

16. Imer

17. Chezir Kislev november / december

18. Hapitzetz

19. Petachya Tevet december / januari

20. Yechezq'el

21. Yachin Shevat januari / februari

22. Gamul

23. Delayahu Adar februari / maart

24. Ma'azyahu

De Joden houden er twee kalenders op na: het religieus jaar en het burgerlijk jaar. Het religieus jaar begint met de maand Nisan (maart/april) overeenkomstig Shemot (Exodus) 12:2 en Devarim (Deuteronomium) 16:1. Het burgerlijk jaar begint daarentegen met Rosh haShana, de Nieuwjaarsdag in de maand Tishri (september/ oktober). Rosh haShana, het feest der Shofarim (bazuinen) is immers de Scheppingsdag. Voor het rooster van de tempeldienst was dus de religieuze kalender van toepassing!

Laatste wijziging op: 24-09-2008 09:14