ELCHANAN | Gastenboek | REAGEREN ?? | Joodse vluchtelingen | Yeshua en het midden oosten conflict | zonder kleur van de media | Nieuws rechtstreeks uit Israël | Valse berichtgevingen over Israël | De moefti van Jeruzalem. | HOE LANG NOG .............. | WIE ISRAEL HAAT......... | CHAOS ! | SAMARIA en JUDEA | Het geheime wapen van Israël | Messiaanse profetieën | Bezette gebieden ?? | Islam en Christendom | Liegen in de Islam | Uw Volk is mijn volk. | Israël: Vrede of het einde ? | De laatste dagen. | De Thora | De Thora 2 | De boodschap in de Tenach | FOTO'S RONDOM JERUSALEM | Interessante links | Palestina. (studie) | Bruiloft te Kana (studie) | Kerstfeest (studie) | Chanuka (studie) | Joodse identiteit van de gemeente (studie) | De Naam YESHUA (studie) | Wekenfeest - Pinksteren (studie) | waarom strijd in Midden Oosten ? | Terrorist vindt Jezus | 2 + 2 = 4 | Wat God echt wil..... | Wees eerlijk !!! | Wat met de toekomst ? | Geen tijd voor Yeshua | De Nederlandse media en Israël | De strijd is begonnen.... | Verzoening tussen Jood en Arabier | Identiteit van de palestijnen. | Israël liefhebben vanuit Gods hart. | HIEP HIEP HOERA ??? | Zicht op onze Joodse wortels | De namen die Israël vormen. | HOEZO BEZETTING ? | De roep van de Sjofar | JAHWE en allah dezelfde ?? | Een nieuwe hemel, een nieuwe aarde | Het islamitisch geloofsdogma | God is één ; Adonai Echad ! | Poeriem / Najaarsfeesten. | The passion of CHRIST | Messias belijdend jodendom. | De tranen van Jezus | Politiek of Bijbels Zionisme ? | Slippendragers van satan | Hitler en Israël | Bief aan minister Bot | De Kruisiging | Speciaal voor jou !! | Terreur ?!? | De islam | Israël en Europa | Arafat is dood....nu eindelijk de waarheid | tekenen der tijden | Sabbath vieren | PROFETISCHE TEKENEN | De les der geschiedenis.

 

  Door Werner Stauder

 

 

PALESTINA - FILISTIN

Kdjsgt

 

Inleiding

 

Dagelijks komt er via de televisie, radio en de kranten een stroom van nieuws over IsraŽl en de Palestijnen tot ons, en helaas is de verslaggeving vaak erg ťťnzijdig en wordt het IsraŽlische optreden wel eens vergeleken met de apartheidspolitiek in Zuid-Afrika, waardoor de meeste mensen de Palestijnen zien als slachtoffers en de IsraŽliís als de bezetters van Palestijnse steden en gebieden. Dat deze steden en gebieden duizenden jaren lang tot IsraŽl behoorden en door niemand anders dan Gíd zelf - de Schepper van hemel en aarde - aan Zijn volk IsraŽl belooft was, wordt hierbij buiten beschouwing gelaten. Dat is ook logisch, want de Bijbel waarin dit allemaal uitgebreid vermeldt staat, is tegenwoordig voor de grote meerderheid geen maatstaf meer, want de gelovigen vormen in deze moderne maatschappij helaas een minderheid. Maar ook bij veel christenen wordt de houding ten opzichte van de Palestijnse kwestie zichtbaar beÔnvloed door de media, omdat men de Bijbelse beloften loskoppelt van de hedendaagse politiek. Vandaar deze bijbelstudie, waarin o.a. de vraag aan de orde komt of de Palestijnen buiten de Bijbel om wel juridisch en volkenrechtelijk gezien aanspraak kunnen maken op de West-bank en de Gazastrook. Reeds in 1994, toen de eerste autonome gebieden door Yitzchaq Rabin aan de Palestijnen waren overgedragen, werd al gauw duidelijk dat zij geen genoegen zouden nemen met een vergaande Palestijnse autonomie binnen de staat IsraŽl, maar dat dit slechts het begin was van een proces dat uiteindelijk zal leiden tot de definitieve oprichting van een echte Palestijnse staat! Maar heeft deze staat, die Yassir Arafat "Palestina" wil noemen, wel een bestaansrecht? Het merendeel van de seculiere IsraŽliís vindt van wel, als dat tenminste eindelijk echte vrede oplevert, maar de meeste religieuze Joden daarentegen zeggen van niet. Ook veel bijbelgetrouwe christenen zijn van mening dat de stichting van een Palestijnse en vooral islamitische staat in het "Heilige Land" niet kan en mag plaats vinden. Dat zou in strijd zijn met de Bijbel! Toch zal die staat er inderdaad komen, het is alleen maar een kwestie van tijd, en het is geenszins in strijd met Gíds Woord! Het bestaan van de staat Palestina nŠŠst IsraŽl wordt immers door !íínt TeNaCH [de Hebreeuwse Bijbel] bevestigt, want de profeten hebben het in verband met de gebeurtenissen in de eindtijd voortdurend over de Filistijnen en over het land der Filistijnen: Filistea!

 

Wie zijn de Palestijnen?

 

Nu zullen velen onder u denken: wat hebben de Filistijnen met de Palestijnen te maken? De wetenschappers zijn het onderling namelijk nogal oneens over de vraag of de Palestijnen daadwerkelijk van de Filistijnen zouden afstammen, die op hun beurt weer afkomstig zouden zijn uit Kreta en zich vermengd hadden met de plaatselijke bevolking. Het is in elk geval een feit, dat zowel de Filistijnen alsook de Palestijnen mengvolken zijn en dus gťťn rasechte Arabieren! Tijdens de golfoorlog werd dit door Kuwayt nog extra benadrukt, toen de Palestijnen de kant van Saddam Hussayn hadden gekozen. Maar of de huidige Palestijnen en in !íínt TeNaCH genoemde Filistijnen ook daadwerkelijk identiek zijn aan elkaar, is eigenlijk niet relevant, want de Palestijnen noemen zichzelf namelijk wťl Filistijnen! Luister maar eens naar de nieuwsuitzendingen over de situatie in het Midden-Oosten als Arafat of welke Palestijn dan ook in het Arabisch aan het woord is, dan wordt het meteen al een heel stuk duidelijker. Het Arabische woord voor "Palestina" is namelijk Kdjsgt Filistin, dat onmiddellijk doet denken aan "Filistijn", en inderdaad: het is hetzelfde woord dat in de Arabische bijbels staat voor "Filistea", en ook in het Hebreeuws en andere talen in die regio is het niet anders. Welnu, het verschil tussen beide namen bestaat eigenlijk alleen maar in Westeuropese talen. Het Hebreeuwse woord ,yt>lp Pílishtim betekent zowel Filistijnen alsook Palestijnen en t>lp Píleshet is zowel Filistea alsook Palestina. Als er in de eindtijd-profetieŽn gesproken wordt over de "Filistijnen", dan staat er dus in de oorspronkelijke Hebreeuwse tekst het woord ,yt>lp Pílishtim, dat we nu ook in elke IsraŽlische krant tegen komen in verband met de Palestijnen! Het gaat er dus niet om, of de Palestijnen wel of niet met de vroegere Filistijnen verwant zijn, (geestelijk zijn ze het in ieder geval wťl!) maar dat de profeten spreken over een volk, dat zichzelf Filistijnen noemt en ook door de IsraŽliís zo genoemd wordt!

 

Bijbelse grenzen

 

Nu komen we echter tot de volgende vraag: als de Bijbel inderdaad het bestaan van een Palestijnse c.q. Filistijnse staat nŠŠst IsraŽl bevestigd, over welk gebied praten wij dan? Over de Gazastrook? Jazeker, maar absoluut niet over de Westbank, en zťker niet over Jeruzalem of Hebron, laat staan Bethlehem, de stad van David! Vanuit de Bijbel gezien hebben de Palestijnen dŠŠr niets te zoeken en geen enkele IsraŽlische regering heeft het recht om steden en gebieden aan de Palestijnse autoriteit over te dragen, die de Eeuwige aan Zijn volk IsraŽl beloofd heeft! En volgens een besluit van de Volkerenbond, de voorloper van de Verenigde Naties, die in 1923 in navolging van de nu helaas in vergetelheid geraakte Balfour-verklaring uit 1917 juridisch en volkenrechtelijk is vastgelegd, bestaat de Palestijnse staat al heel lang, maar dan wel aan de overkant van de Jordaan! Dus waar praten wij eigenlijk over? Voor de juiste locatie van een Palestijnse staat en de exacte grenzen daarvan zullen wij dus zowel de Bijbel alsook de geschiedenis en diverse resoluties van de Volkerenbond en de Verenigde Naties nader onder de loep moeten nemen.

 

Voorgeschiedenis

 

Palaestina is eigenlijk de Latijnse versie van Filistea en betekent dus niets anders dan "land der Filistijnen". Filistea was de kuststrook langs de Middellandse Zee ten zuiden van Jaffa, het huidige Tel Aviv-Yafo, met het vijfstedenverbond Ashdod [Asdod], Ashqelon [Askelon], Eqron [Ekron], ĎAza [Gaza] en Gat [Gath]. Het land der Filistijnen, t>lp Píleshet, wordt in !íínt TeNaCH voor het eerst genoemd in ty>arb Bíreshit [Genesis] 21:32 en 34, omdat Avraham [Abraham] daar een tijdje vertoefde, en een eerste verwijzing naar de Filistijnen als volk vinden wij reeds in ty>arb Bíreshit [Genesis] 10:14. Daar worden zij in de volkerenlijst onder de nakomelingen van Cham, de tweede zoon van Noach genoemd. Een van de zonen van Cham was Mitzrayim [MisraÔm], en Mitzrayim verwekte o.a. de Kasluchieten, waaruit de Filistijnen zijn voortgekomen evenals de Kaftoriten. De laatstgenoemden waren de bewoners van het eiland Kreta, toen Kaftor geheten, en volgens vhymry Yirímeyahu [Jeremia] 47:4 en cvmi Amos 9:7 waren ook de Filistijnen oorsponkelijk van Kaftor afkomstig. Tot op heden zijn de wetenschappers het echter nog niet helemaal met elkaar eens over de vraag of Kaftor inderdaad geÔdentificeerd kan worden met Kreta. Veel argumenten pleiten er wel voor, zoals de taal, cultuur, mythologie en archeologie. Ook het feit dat er toen aan de gehele Oostkust van de Middellandse Zee een zekere EgeÔsche invloed merkbaar was en FilisteÔsche ofwel Filistijnse trekken zowel op Kreta alsook op Rhodos en Cyprus door archeologen werden aangetroffen geeft aan dat de Filistijnen geen Semitische achtergrond hadden. Een ander argument voor de vooronderstelling dat de Filistijnen van Kreta afkomstig waren vinden wij in laqzxy Yíchezqíel [EzechiŽl] 25:16, waar zij Keretieten worden genoemd: "Daarom, zo zegt de Here Here: zie, Ik strek mijn hand uit tegen de Filistijnen, Ik zal die Keretieten uitroeien en zelfs het overblijfsel aan het strand der zee te gronde richten". Deze profetie, die overigens ook een eindtijd-profetie is, zegt niet alleen iets over de afkomst van de Filistijnen, maar ook over hun houding ten opzichte van de Eeuwige en Zijn volk: zij waren vanouds de erfvijanden van IsraŽl! Toen de Filistijnen door Egypte, waar zij eerst vaste voet trachtten te verkrijgen, waren afgeslagen, drongen zij omstreeks 1300 tot 1200 v.C. het land Kanašn binnen, verwoestten enkele Kanašnitische steden en vestigden zich aan de kust ten zuiden van Joppe, het huidige Yafo. De Filistijnen assimileerden zich al gauw met de daar woonachtige Kanašnieten en namen een groot deel van hun taal en afgodendienst over. Zo vereerden zij in Ashdod [Asdod] Dagon (vooral bekend uit het verhaal van Simson), in Ashqelon [Askelon] de godin Ishtar [Astarte] en in Eqron [Ekron] Baíal-Zevuv, die in Lukas 11:15 de overste der boze geesten genoemd wordt. Zonder dat zij Filistea tot een werkelijke staat met een duidelijke afgrenzing vormden, sloten de vorsten van de Filistijnen een verbond van hun belangrijkste steden met elkaar. Deze bond kreeg de naam Pentapolis ofwel Vijfstedenbond vanwege het getal van vijf steden waardoor hij werd gevormd: Gaza, Gat, Asdod, Askelon en Ekron.

Vanuit hun uitvalsbasis aan de kustvlakte Trachtten de Filistijnen het gehele gebied ten westen van de Jordaan te veroveren en kwamen al gauw in aanraking met de IsraŽlieten, die reeds omstreeks 900 v.C. het land Kanašn hadden veroverd en op hun beurt nu door de Filistijnen werden onderworpen, zoals wij lezen in het boek Richteren. Ook Shaíul [Saul] werd door de Fillistijnen verslagen en gedood, maar later lukte het David om de Filistijnen terug te drijven en hun heerschappij over het land te ontnemen. Er volgde een periode van onderwerping aan koning David en later diens zoon Shílomo [Salomo]. Men vermoedt, dat er toen een gedeeltelijke terugkeer van Filistijnen naar Kreta plaats vond, omdat vanaf deze tijd een zekere Oosterse invloed in de Kretenzische stijl werd aangetroffen. En toch vormden de Filistijnen nog steeds een voortdurende bedreiging voor IsraŽl. Om bepaalde delen van het gebied werd tot het ingrijpen van de AssyriŽrs onophoudelijk gevochten tussen Filistijnen en IsraŽlieten. Tijdens de babylonische ballingschap bevolkten de Filistijnen de door de IsraŽlieten verlaten streken, waardoor men later aan het hele gebied ten westen van de Jordaan de naam "PalaistinŤ" gaf: het land van de Filistijnen! Later sloten de Filistijnen zelfs een verbond met de SyriŽrs tegen de MaccabeŽn, die tegen de pogingen van Antiochus IV om het land te helleniseren in opstand kwamen. In 63 v.C. werd het hele land IsraŽl evenals de buurlanden door Pompejus bij het Romeinse Rijk ingelijfd en ook de Filistijnen waren in deze tijd afhankelijk van het Imperium, maar enkele steden met Askelon als hoofdstad bleven vrij, zoals zij sinds de hellenistische tijd waren geweest. Na de derde Joodse opstand onder Bar Kochba (132-135 n.C.), die door Hadrianus werd neergeslagen, kreeg de gehele Romeinse provincie, dus niet alleen Filistea maar ook IsraŽl en de gebieden ten oosten van de Jordaan de nieuwe Latijnse naam Syria Palaestina en sinds 138 n.C. Palaestina. Deze naam bleef het land houden tot in 1948 de staat IsraŽl werd uitgeroepen. Na de ondergang van het Romeinse Rijk werd Palaestina onderdeel van het Byzantijnse Rijk. In 638 veroverde Omar Jeruzalem na een beleg van vier maanden en gaf aan de stad de Arabische naam Al-Quds, hetgeen "de heilige" betekent. Twee jaar later, in 640 n.C. viel ook Caesarea, waarna Palaestina voor eeuwen onder de heerschappij van de Islam kwam en de Arabische Naam Filistin kreeg: land der Filistijnen! Na de dood van Harun al-Rashid trad verval in en van de 11e tot de 13e eeuw was Filistin het doelwit van de kruistochten. Na de vernietiging van de tijdens de kruistochten ontstane christelijke rijken in wat zij weer Palaestina noemden, bleef het land dan eeuwenlang ongestoord in bezit van Egypte. In 1516 veroverde de Osmaanse sultaan Selim I het land Filistin [Palestina], waarna het tot de Eerste Wereldoorlog deel van het Turkse Rijk bleef. Het is misschien belangrijk hierbij te vermelden dat er in IsraŽl altijd, door alle eeuwen heen, Joden hebben gewoond, ook nadat het grootste aantal van hen door de Romeinen werd verdreven. Onder alle bezetters bleven er steeds Joden in Palestina. Maar in de loop der eeuwen veranderde het land van melk en honing in een woestijn en veel Arabieren trokken weg. Toch waren er toen ook Joden in Palestina. Zij bleven en begonnen het land meter voor meter te ontginnen.

 

Balfour-verklaring

 

En dan kwam de Eerste Wereldoorlog. In maart 1916 begonnen de Engelse troepen op SinaÔ en in het uiterste zuiden van Palestina een groot offensief en gedurende het daarop volgende jaar werd hevig om Gaza gestreden. Op dat moment leefden er circa 60.000 Joden in Palestina. Om hun ondersteuning in de strijd tegen de Turken en de financiŽle steun van de invloedrijke en kapitaalkrachtige Joden in Europa en Amerika voor de oorlog tegen Duitsland veilig te stellen nam het Britse Parlement de z.g. "Balfour-verklaring" aan, waarin Palestina als "Nationaal Tehuis voor het Joodse volk" werd aangewezen. De toenmalige Britse minister van Buitenlandse Zaken, Lord Arthur James Balfour (1848-1930) verklaarde aldus op 2 november 1917 "In de naam Zijner Majesteits Regering" via Lord Rothschild aan de Zionistische Beweging, "van Palestina een Nationaal Tehuis voor het Joodse volk" te willen maken, waarbij uiteraard rekening zal worden gehouden met de burgerlijke en religieuze rechten van de bestaande niet-joodse gemeenschappen in Palestina en de staatsburgerlijke rechtspositie van de Joden in andere landen." Het is belangrijk te weten dat hťťl de Volkerenbond hiervůůr gestemd heeft. Ook de Amerikaanse president Woodrow Wilson steunde de afgifte van de Britse "Balfour-verklaring", die de volkenrechtelijke basis werd voor de latere politieke documenten van de Volkenbond en de Verenigde Naties i.v.m. de stichting van de staat IsraŽl. Zover was het echter nog niet, maar zelfs middenin de vuurhaarden van de Eerste Wereldoorlog was het Uitverkoren Volk getuige van een herleving van de hoop der Joden op hun eigen land, waarheen de Eeuwige hen terug zal doen keren. Na de verovering van Gaza op 7 november 1917 viel Jaffa op 16 november, en op 9 december Jeruzalem. Generaal Edmund Allenby, de opperbevelhebber van de Britse troepen, bad op de avond die voorafging aan de aanval tot Gíd om hem in staat te stellen Jeruzalem in te nemen zonder de heilige plaatsen te verwoesten. Toen hij daarna Londen telegrafisch om instructies vroeg, ontving hij een merkwaardig antwoord. Het was een bijbelvers: "Als vliegende vogels, zo zal de HERE der heerscharen Jeruzalem beschutten, beschuttend redden en sparend bevrijden!" (vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 31:5). Dit was een antwoord van de Eeuwige zelf en het opwindend vooruit-zicht dat dit bijbelvers bood was voor Generaal Allenby een aanleiding om het voor het front van de troepenmacht hardop voor te laten lezen. Op de ochtend van 9 december 1917 vloog een enorm aantal gevechtsvliegtuigen laag over de oude stad. Ter hoogte van de Oostpoort dropte ťťn van de piloten een brief van Generaal Allenby, waarin tot overgave werd opgeroepen. De Turken hadden nog nooit eerder vliegtuigen gezien en waren ontzet en zeer bevreesd door deze vreemde vliegende vogels die een angstaanjagend lawaai maakten! Als antwoord hezen zij een witte vlag en gaven de stad over zonder dat er een schot gevallen was. Zo namen de Britse troepen de heilige stad in onder zeer merkwaardige omstandigheden. Het is zeker niet toevallig, dat de "vliegende vogels" uit de genoemde bijbeltekst een nauwkeurige omschrijving van de Britse vliegtuigen lijken te zijn. Generaal Allenby had zich juist op een zeer zware slag voorbereid, maar tot zijn verbazing gaven de Turken Jeruzalem zonder verzet over. De val van Jeruzalem op 9 december 1917 was niet alleen een belangrijk keerpunt in de oorlogsgeschiedenis, maar het wees ook een belangrijke datum aan op de Joodse kalender: de 24e van de maand Kislev, de eerste dag van het Chanuka-feest, waarop herdacht wordt dat in het jaar 164 v.C. Jeruzalem door Yehuda haMakabi [Judas MaccabťŁs] werd bevrijd en de tempeldienst herstelt. Is het niet opmerkelijk dat uitgerekend op de dag waarop de Joden wereldwijd de bevrijding van Jeruzalem herdenken, deze zelfde stad na 400 jaren van Turkse overheersing opnieuw bevrijd werd? Op 18 september 1918 heropende Generaal Allenby het offensief. Na de grote veldslag bij Megiddo stortte de Turkse weerstand in Palestina ineen. Nog in dezelfde maand september was het land volledig door de Turken ontruimd. De Eerste Wereldoorlog was afgelopen. Er heerste vreugde onder de Joodse bevolking van Palestina over hun bevrijding. Begin 1919 waren de ogen van de hele wereld op Parijs gericht, zetel van de wereldvredesconferentie, waar bijzonderheden m.b.t. het einde van de oorlog besproken werden. Chaim Weizmann, de toekomstige eerste president van IsraŽl, was aanwezig als vertegenwoordiger van het Zionisme evenals Zijne Koninklijke Hoogheid Emir Faysal, de zoon van de Sharif van Mekka, die optrad namens het Arabische koninkrijk. Op 3 januari 1919 werd door beiden een overeenkomst opgesteld, waarin o.a. werd opgenomen, dat "gedachtig aan de verwantschap van ras", Palestina opengesteld moest worden voor de Aliya [terugkeer van het Joodse volk] en dat immigratie van Joden in Palestina op grotere schaal dan tot dan toe het geval was geweest, aangemoedigd en bevorderd zou worden. Helaas maakte Faysal de vergissing om te denken, dat hij namens alle Arabieren sprak. Hij schreef in een brief aan Weizmann: "Wij Arabieren zien met de diepste sympathie naar de Zionistische Beweging. Wij zullen ons best doen hen ermee te helpen, en de Joden een hartelijk welkom te heten." - Het Beloofde Land stond nu open voor de terugkeer van de verstrooide kinderen van het Uitverkoren Volk!

 

Eerste verdeling

 

Palestina kwam onder Brits bestuur. Op de Conferentie van San Remo van de Opperste Geallieerde Oorlogsraad in februari 1919 en bekrachtigd in april 1920 werd Palestina als mandaatgebied aan Groot-BrittanniŽ toegewezen, onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat de in de Balfour-verklaring van 2 november 1917 vervatte belofte om een Joods Nationaal Tehuis in Palestina te scheppen, door de Britse mandatis ten uitvoer zou worden gebracht. De eerste Britse Hoge Commissaris van het mandaatgebied Palestina werd in mei 1921 geconfronteerd met bloedige onlusten, die vergelijkbaar zijn met de huidige Intifada, veroorzaakt door een toenemend verzet onder het Arabisch bevolkingsdeel tegen de uitvoering van de Balfour-verklaring. Te Londen bracht een delegatie van Arabische woordvoerders de Britse regering twee eisen over, namelijk de oprichting van een eigen Arabische staat in Palestina en de annulering van de Balfour-verklaring, die destijds door de Volkerenbond was bekrachtigd en vermeldt dat gehťťl Palestina, dus zowel het huidige IsraŽl alsook het huidige JordaniŽ bij elkaar, het Joods Nationaal Tehuis zou zijn. De Engelsen bleken wel gevoelig te zijn voor de eisen van de Arabische Palestijnen, want als antwoord hierop beloofde de Britse Hoge Commissaris Sir Henry MacMahon hen een eigen staat in Palestina zonder de beloften, die Lord Balfour aan de Joden deed, in te trekken. Dat kon maar op ťťn manier: Palestina moest in tweeŽn gedeeld worden. Toen Engeland op 24 juli 1922 uiteindelijk van de Volkerenbond het mandaat kreeg om in Palestina het Joods Nationaal Tehuis te stichten, werd inderdaad besloten om het land te verdelen met de Jordaan als grens. De Joden zouden het gedeelte ten westen van de Jordaan krijgen en de Arabieren het gedeelte ten oosten van de Jordaan. Maar vanwege politieke, economische en militaire belangen hielden de Engelsen zich niet aan de afspraak. Op aanwijzing van Winston Churchill, de Britse minister van koloniŽn, werd in Oost-Palestina het emiraat TransjordaniŽ gevestigd. De broer van Faysal, Abdullah ibn Husayn, werd door de Britten binnengehaald en als Emir aangesteld. In 1923 werd TransjordaniŽ, dat zij in 1922 onttrokken aan de eerst aan de Joden beloofde staat, door de Britten onafhankelijkheid toegezegd, welke het land in 1928 kreeg. Het beloofde "Joods Nationaal Tehuis" was nu reeds in tweeŽn gedeeld en de toezegging aan de Joden werd hiermee geweld aangedaan, hoewel die belofte juridisch en volkenrechtelijk vastgelegd was door de Volkerenbond! Zo werd de Jordaan de grens van het Joodse land. In feite werd reeds toen het deel van Palestina ten oosten van de Jordaanrivier door de Britse mandaathouders in die Palestijns-Arabische staat veranderd, die Arafat en de zijnen nu op de westelijke kant van de Jordaan eisen. Als men deze nieuwe Arabische staat op Palestijnse bodem gewoon "Palestina" had genoemd, dan was de situatie van nu een stuk duidelijker. Dan was de aanwezigheid van de IsraŽliís op de westelijke Jordaanoever, die immers in 1922/23 aan de Joden werd toegewezen, voor een ieder legitiem. Maar om het ingewikkelder te maken, noemde men Oost-Palestina, dat bijna driekwart van het gehele mandaatgebied besloeg en waar Joodse vestiging werd verboden, nu TransjordaniŽ, terwijl West-Palestina nog steeds onder Brits gezag bleef, en wel nog steeds onder de naam Palestina! Opnieuw hielden de Britten zich niet aan hun verplichtingen en peinsden er niet over om het gebied aan de Joden over te dragen! Hoewel zij teleurgesteld waren door de dubbelzinnige politiek van de Britten en de halfslachtige houding van de Volkerenbond die niet ingreep, bleef de in aantal snel groeiende Joodse gemeenschap in Palestina er toch op vertouwen, dat de Eeuwige hun nationale identiteit op Zijn tijd zal herstellen! Zowel de Balfour-verklaring uit 1917 alsook de eerste deling van Palestina in 1922, met de Jordaanrivier als grens tussen de Joodse en de Arabische staat, wordt vandaag steevast door de pro-palestijnse media verdoezeld. Dat geldt ook voor het feit dat ruim 75% van de Jordaanse bevolking uit authentieke Palestijnen bestaat. De oorspronkelijk uit Saoedi-ArabiŽ afkomstige bedoeÔnenstammen, waaronder het in 1921 door de Britten geÔmporteerde vorstenhuis, vormen met 25% een kleine minderheid in deze Palestijnse staat.

 

Tweede verdeling

 

In het nu nog alleen ten westen van de Jordaan gelegen Palestina bleken de Joodse en Arabische dolstellingen scherp tegenover elkaar te staan. Van Arabische kant werd zeer heftig gevochten tegen de voortgezette Joodse immigratie en tegen de verdere grondaankopen van land door hen, meestal van rijke Arabische landeigenaren. Het is namelijk een feit dat Arabisch land in Palestina nooit door Joden werd onteigend of veroverd, maar legaal aangekocht, en dat er op de kale rotsheuvels, de woestijn en de moerassen door keiharde arbeid veel onontgonnen land in cultuur werd gebracht door Joodse landbouw-gemeenschappen, de kibbutzim! Zo ging de profetie uit vhyi>y Yeshayahu [Jesaja] 35:1 in vervulling: "De woestijn en het dorre land zullen zich verblijden, de steppe zal juichen en bloeien als een narcis." De belangrijkste politieke organisatie van het Joodse bevolkingsdeel was de "Jewish Agency for Palestine" onder leiding van David GrŁn, beter bekend als Ben Gurion en haar Arabische tegenhanger was vanaf 1936 het "Arabische Hogere Comitť" onder voorzitterschap van de Mufti van Jeruzalem. In de loop van de jaren dertig gingen extremistische groepen aan beide zijden over tot gewelddadige acties, zowel tegen elkaar als tegen het Britse mandaatsbestuur. De verhoudingen tussen Joden en Arabieren waren zo gespannen, dat er in het hele land gruwelijkheden tegen de Joodse minderheid plaatsvonden die ook in anti-Britse uitbarstingen omsloegen en de vorm aannamen van een Arabische opstand tegen het Britse gezag. In een rapport van de door Engeland ingestelde onderzoekscommissie Peel werd derhalve aanbevolen de verdere grondaankopen door Joden te verbieden, de Joodse immigratie drastisch te verminderen, het mandaatsbestuur onmiddellijk op te heffen en West-Palestina te verdelen in een Joodse en een Arabische staat. Zowel Joden als Arabieren verklaarden het rapport Peel onaanvaardbaar. De Joden keurden het af, omdat de Arabieren reeds hun eigen staat in Palestina kregen en de Arabieren omdat ze van mening waren dat er in het geheel geen Joodse staat mocht komen! Nooit! Op 8 september 1937 werd in Bloudan een pan-Arabische conferentie gehouden, waarop de vertegenwoordigers van alle Arabische staten inclusief de Palestijnen zich uitspraken tegen elke vorm van verdeling van West-Palestina en zij eisten opnieuw de annulering van de Balfour-verklaring. Zij dreigden zelfs zich voor de verdediging van de Arabische belangen in Palestina tot de vijanden van Engeland, waaronder ook Nazi-Duitsland, te wenden! Ondertussen gingen de gewapende aanvallen van de Arabische terreurgroepen tegen het Britse gezag en op de Joodse nederzettingen gewoon door, die door de Hagana werden verdedigd. In januari 1939 bezweek de Britse regering uiteindelijk voor de Arabische druk en nam op een Ronde Tafel Conferentie in Londen officieel afstand van de Balfour-verklaring. Sindsdien werden er van Arabische zijde verder geen verzetsacties meer tegen het Britse bestuur gevoerd. Na de Tweede Wereldoorlog, waarin hele bataljons van Joodse Palestijnen vrijwillig in het Britse leger meevochten tegen de Nazis, werd de situatie in Palestina opnieuw acuut. De Joodse overlevenden van de hav> Shoah, zoals de Holocaust in het Hebreeuws wordt genoemd, trachtten in groten getale naar Palestina te emigreren. De Britse autoriteiten echter poogden deze massale toestroom tegen te gaan en vele Joden, die rechtstreeks uit Auschwitz vandaan kwamen en allerlei ontberingen hebben doorstaan, werden vaak in het zicht van het Beloofde Land teruggestuurd of onder oproeping van traumatische ervaringen opnieuw in kampen achter prikkeldraad ondergebracht, maar ditmaal op Cyprus. Er werden zelfs schepen met Joodse vluchtelingen voor de kust van Haifa beschoten en tot zinken gebracht, waarbij talrijke mannen, vrouwen en kinderen om het leven kwamen. Deze zwarte bladzijde van de Britse geschiedenis werd gedetailleerd beschreven in het boek "Exodus" en in de gelijknamige film visueel aanschouwbaar gemaakt. De hele Joodse bevolking in Palestina raakte hierdoor verbitterd. Door extremistische organisaties zoals de Irgun werden terreuracties ondernomen tegen het Britse militaire gezag, terwijl ongeregelde Arabische eenheden de Joodse nederzettingen bestookten en het Joodse stadsgedeelte van Jeruzalem belegerden. Intussen had de Britse regering verklaard, het mandaat over Palestina niet langer te willen continueren. Zij begonnen zich terug te trekken onder achterlating van wapens en zwaar materieel voor de Arabieren. Zij droegen zelfs complete legerbases met alles erop en eraan over aan de vijanden van de Joden, waardoor zij direct invloed gingen uitoefenen op de toch al ongelijke strijd, die veel slachtoffers eiste. Opnieuw kwam het eerst afgekeurde rapport Peel op tafel in de vorm van een voorstel van een speciale commissie van de Verenigde Naties voor een verdeling van West-Palestina in een Joodse en een Arabische staat. Dit plan werd op 29 november 1947 door de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties in resolutie 181 goed-gekeurd met 33 stemmen tegen 13 (allen islamitische landen) bij 10 onthoudingen, waaronder Engeland. Als de Arabieren toen tot dit compromis bereid zouden zijn geweest, dan waren de Joden in een nauwelijks levensvatbaar staatje terechtgekomen, omdat zij naast de grotendeels onbewoonbare Negev-woestijn een vrijwel onverdedigbare smalle strook aan de kust en een klein stukje moerasgebied in het oosten van Galilea kregen toebedeeld. Desondanks aanvaardden de Joodse leiders het verdelingsplan van resolutie 181, maar de Arabische Liga verwierp het echter nadrukkelijk op 17 december 1947 en zo escaleerde onmiddellijk de golf van geweld tegen de Joden in Palestina! De Britten beŽindigden hun mandaat op 15 mei 1948 en liet Joden en Arabieren het verder zelf maar uitvechten. In de nacht van 14 op 15 mei 1948 proclameerde David Ben Gurion de onafhankelijke staat IsraŽl en nog dezelfde ochtend overschreden de goedgewapende sterke legers van Egypte, JordaniŽ, SyriŽ en Iraq de grenzen van de pasgeboren Joodse staat van alle kanten tegelijk! Naar schatting een half miljoen Arabische vluchtelingen verliet nog in de nacht het land. Zij werden echter niet door de IsraŽliís verdreven, maar volgden een oproep van hun eigen leiders, het strijd-toneel tijdelijk te verlaten om de Arabische troepen niet "voor de voeten te lopen". Na hun overwinning zouden ze terugkeren, maar het is anders gelopen. Het werd een strijd tussen David en Goliat, die zou eindigen in een Arabische nederlaag! Alleen het Jordaanse leger werd niet door IsraŽl verslagen en wist zelfs het oude stadsdeel van Jeruzalem en grote delen van de westelijke Jordaanoever te bezetten. In 1949 annexeerde Abdullah deze gebieden, hetgeen niet alleen in het westen, maar ook in de Arabische wereld op fel protest stuitte. Nu, 50 jaar later, hoor je echt niemand meer spreken over deze annexatie, die destijds door vrijwel geen enkel land werd erkend. Nu worden juist de IsraŽliís, die oorspronkelijk o.a. deze gebieden toegewezen kregen, door de media als de bezetters afgeschilderd. De daarop volgende IsraŽlische verovering van de hoofdzakelijk door Palestijnen bevolkte gebieden verschafte de Joodse staat weliswaar een zekere strategische diepte, maar creŽerde tegelijkertijd helaas ook het z.g. Palestijnse Probleem en de daaruit voortvloeiende Intifada. Nu beroepen de Palestijnen zich ineens op de Resolutie 181, die zij zelf destijds officieel hadden afgewezen. Maar deze Resolutie werd inmiddels niet alleen door de feiten achterhaald, maar ook door Resolutie 242, die na afloop van de Zesdaagse Oorlog van 1967 door de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties werd aangenomen en waarin aan IsraŽl het recht op veilige grenzen werd toegekend, wat in Resolutie 181 niet het geval was. De enige manier om tot werkelijk veilige grenzen te komen is een terugkeer tot de Bijbelse grenzen!

 

Ī 1200 v.C.

Het oorspronkelijke Filistea

 

 

1920

Het Britse mandaatgebied Palestina

 

 

1922

Palestina na de eerste verdeling

 

 

1947

Het plan voor de tweede verdeling

 

Het herstel van Filistea

Op een bijzonder boeiende wijze bevestigt Gíds Woord, de Bijbel, dat er in de eindtijd ofwel de ,ymyh tyrxa Acharit haYamim [de laatste dagen] inderdaad weer een Filistijnse c.q. Palestijnse staat nŠŠst IsraŽl zal bestaan. Het is de tijd waarin wij nķ leven, de tijd die aan de Grote Verdrukking en aan de wederkomst van de Joodse Mashiach [Messias] Yeshua [Jezus] vooraf gaat! Filistea zal hersteld worden evenals IsraŽl op wonderlijke wijze werd hersteld. De vijandschap tussen beiden is echter nooit de wereld uit geweest en zal ook tot het einde toe blijven, alle vredesonderhandelingen ten spijt! Het bewijs vinden wij in ,ylht Tehilim [Psalmen] 83, waarin wij een 3000 jaar oude exacte beschrijving vinden van een samen-zwering van IsraŽls hedendaagse vijanden tegen het volk van Gíd en tegen de Eeuwige zelf! Ondanks alle vredesovereenkomsten zoals in Camp David en alle territoriale toegaven zal de Arabische haat tegen de Joden en hun Gíd blijven bestaan en uit Psalm 83 blijkt dat alle buurlanden van IsraŽl inclusief Filistea/Palestina een verbond met elkaar zullen sluiten om IsraŽl te overvallen en de Joden als volk te verdelgen: "Gíd, houd U niet stil, zwijg niet en blijf niet werkeloos, o Gíd. Want zie, Uw vijanden tieren, uw haters steken het hoofd op; zij smeden een listige aanslag tegen Uw volk en beraadslagen tegen Uw beschermelingen. Zij zeggen: Komt, laten wij hen als volk verdelgen, zodat aan de naam van IsraŽl niet meer wordt gedacht. Want zij hebben eensgezind beraadslaagd, tegen U een verbond gesloten: de tenten van Edom en de IsmaŽlieten, Moab en de Hagrieten, Gebal, Ammon en Amalek, Filistea met de inwoners van Tyrus; zelfs Assur heeft zich bij hen gevoegd, zij zijn de zonen van Lot tot steun. Doe hun als Midjan, als Sisera, als Jabin aan de beek Kison, die bij Endor vernietigd werden, tot mest werden voor het land. Maak hen, hun edelen, als Oreb en ZeŽb, als Zebach en Salmunna al hun vorsten, die zeiden: Wij willen in bezit nemen de woonsteden Gíds. Mijn Gíd, maak hen als een werveldistel, als kaf voor de wind. Gelijk een vuur dat het woud verbrandt, gelijk een vlam die de bergen in laaiende gloed zet, vervolg hen zo met Uw storm, verschrik hen met Uw wervelwind; overdek hun aangezicht met schande, opdat zij Uw naam zoeken, o Eeuwige. Laten zij voor immer beschaamd en verschrikt worden, schaamrood worden en te gronde gaan, opdat zij weten, dat alleen Uw naam is: Adonai, de allerhoogste over de ganse aarde!" In vers 8b wordt Filistea genoemd. In de oorspronkelijke tekst van de Hebreeuwse Bijbel staat daar t>lp Píleshet hetgeen ook Palestina betekent. Ammon, in het Arabisch Amman, Moab en Edom vertegen-woordigen JordaniŽ. Zij zijn de zonen van Lot (ty>arb Bíreshit [Ge-nesis] 19:30). Gebal, in het Arabisch Jubayl, het vroegere Byblos, en Tyrus, in het Arabisch Sur, zijn steden in Libanon. Assur is het huidige SyriŽ en Iraq. Amalek is de oude vijand in het grensgebied tussen de Sinai en de Negev-woestijn. De IsmaŽlieten zijn de nakomelingen van IsmaŽl, dus de Arabieren of in overdragen zin de Moslims en de Hagrieten zijn de overige nakomelingen van Hagar, de Egyptische moeder van IsmaŽl. Het in deze psalm genoemde bondgenootschap is zowel in de hele geschiedenis alsook in de Bijbel nergens terug te vinden. Zij hebben zo nu en dan wel afzonderlijk samengewerkt in de strijd tegen IsraŽl, maar nooit tegelijkertijd! Het vormen van een bondgenootschap, waar praktisch alle Islamitische landen deel van uitmaken met als doel om IsraŽl van de aardbodem weg te vagen, zoals het hier beschreven is, zal dus in de toekomst plaats vinden. Maar de Eeuwige heeft ooit gezegd, dat wie aan Zijn oogappel IsraŽl komt, met Hem persoonlijk te maken zal krijgen: "Want zie, in die dagen en te dien tijde, wanneer Ik een keer zal brengen in het lot van Juda en van Jeruzalem, zal Ik alle volken verzamelen en afvoeren naar het dal van Josafat, en Ik zal aldaar met hen in het gericht treden ter oorzake van Mijn volk en van mijn erfdeel IsraŽl, dat zij onder de volken verstrooid hebben, terwijl zij Mijn land verdeelden, en over Mijn volk het lot wierpen, en een jongen gaven voor een hoer en een meisje verkochten voor wijn, opdat zij konden drinken. En voorts, wat wilt gij van Mij, gij Tyrus en Sidon en alle landstreken van Filistea? Wilt gij Mij vergelding bewijzen? Maar indien gij het Mij vergelden wilt, snel, ijlings zal Ik de vergelding op uw eigen hoofd doen nederdalen!" (lavy Yoíel [JoŽl] 3:1-4). Ook hier wordt Filistea bij name genoemd, en dat het hier gaat om een eindtijdprofetie, die pas in de toekomst in vervulling zal komen, blijkt uit het voorafgaande gedeelte, dat in de NBG vertaling staat onder het tussenkopje "De dag des HEREN". En dat deze Filistijnse/ Palestijnse staat zich in tegenstelling tot de algemene verwachting niet op de Westelijke Jordaanoever, maar binnen zijn oorspronkelijke Bijbelse grenzen zal bevinden inclusief de vijf steden Gaza, Ashdod, Ashqelon, Eqron en Gat, blijkt uit diverse andere profetieŽn, die spreken over het strafgericht dat over de vijanden van IsraŽl zal komen als de Eeuwige eens zal laten blijken dat de Bewaarder van IsraŽl sluimert noch slaapt (Ps. 121:4)!!! Maar zelfs de aartsvijanden krijgen van de Eeuwige nog een kans om tot verootmoediging en inkeer te komen voordat het gericht komt: "Komt tot uzelf, ja, komt tot inkeer, gij schaamteloos volk, voordat het besluit tot uitvoering komt (als kaf gaat een dag voorbij) voordat over u komt de brandende toorn des HEREN, voordat over u komt de dag van de toorn des HEREN. Zoekt de HERE, alle ootmoedigen des lands gij die zijn verordening volbrengt; zoekt gerechtigheid, zoekt ootmoed; misschien zult gij geborgen worden op de dag van de toorn des HEREN. Want Gaza zal verlaten zijn, en Ashqelon tot een woestenij worden, Ashdod zal men op de middag verdrijven, en Eqron zal ontworteld worden. Wee u, bewoners der zeekust, volk der Keretieten! Het woord des HEREN is tegen u, Kanašn, land der Filistijnen, en Ik zal u te gronde richten, zodat er geen inwoner meer zal zijn." (hynpj Tzefanya [Sefanja] 2:1-5). Dat ook deze tekst slaat op een gebeurtenis die nog moet plaats vinden, namelijk op de dag dat Yeshua komt om Zijn volk IsraŽl te bevrijden en diens vijanden te vernietigen blijkt even als bij Yoíel uit het voorgaande hoofdstuk, waar in de NBG-vertaling de tussenkop boven staat: "Het gericht op de dag des HEREN". In de voetnoten van het bovenstaande bijbelgedeelte wordt ook verwezen naar een tekst uit Zacharia 9: "Ashqelon zal het zien en vrezen, ook Gaza, en het zal hevig beven, en Eqron, omdat zijn verwachting zal beschaamd worden; dan zal de koning uit Gaza verdwijnen en Ashqelon zal onbewoond zijn. Dan zal een bastaardvolk in Ashdod wonen, en Ik zal de trots der Filistijnen uitroeien. Ik zal hem het bloed uit de mond verwijderen en de gruwelen van tussen zijn tanden, en dan zal ook hij overblijven voor onze Gíd, zodat hij zal zijn als een stamhoofd in Juda, en Eqron als een Jebusiet. Ik zal Mij rondom Mijn huis legeren als een wacht tegen de heen en weer trekkende legers, en geen onderdrukker zal meer tegen hen optrekken, want nu zie Ik het met mijn eigen ogen. Jubel luide, gij dochter van Tziyon; juich, gij dochter van Jeruzalem! Zie, uw Koning komt tot u, Hij is rechtvaardig en zegevierend, nederig, en rijdende op een ezel, op een ezelshengst, een ezelinnejong. Dan zal Ik de wagens uit Efrayim en de paarden uit Jeruzalem tenietdoen, ook de strijdboog wordt tenietgedaan; en hij zal de volken vrede verkondigen, en Zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee, en van de Rivier tot de einden der aarde." (hyrkz Zecharíya [Zacharia] 9:5-10. Deze tekst is vergelijkbaar met Mt. 24, want ook hier is sprake van een dubbele profetie, namelijk dat deze zowel reeds plaats gevonden alsook toekomstige gebeurtenissen omvat. Zo slaat vers 9 op de intocht van Yeshua in Jeruzalem bij Zijn eerste komst, terwijl andere verzen de situatie bij Zijn wederkomst beschrijven! Hij zal een waarachtige en wereldwijde vrede op aarde brengen die duizend jaar zal duren, maar eerst zal Hij met de vijanden van IsraŽl afrekenen, wat in de hoofdstukken 12 t/m 14 van ditzelfde bijbelboek uitgebreid wordt beschreven. Sommigen van hen, misschien zelfs hun leiders, zullen berouw tonen en tot inkeer komen, door Zijn Evangelie en genade. Zo verstaan sommigen vers 7 als een belofte, dat de Eeuwige de zonden van deze voormalige vijanden weg zou nemen, hun wreedheid en hun afgoderij. Gíd zou ook van deze volken een overblijfsel bewaren, dat een gedenkteken zou zijn van Zijn oneindige genade en barmhartigheid, en voor Hem afgezonderd zou worden. Een Filistijnse ofwel Palestijnse leider zal bij Gíd even welkom zijn op de voorwaarden van het Evangelie, als een stamhoofd in Juda, en een man van Eqron is even welkom als een Jebusiet, ofwel als een inwoner van Jeruzalem! In Yeshua is geen verschil van natie, maar allen zijn ťťn in Hem, allen zijn Hem even welkom. Op grond van de genoemde teksten twijfel ik er niet aan, dat de huidige welvarende IsraŽlische steden Ashdod, Ashqelon, Eqron en Qiryat Gat ooit weer deel zullen uitmaken van de Filistijnse/Palestijnse staat, waartoe zij naast Gaza oorspronkelijk behoorden. Ik geloof na alles wat er in de laatste tijd gebeurd is, dat de vredesbesprekingen vast zijn gelopen en pas weer op gang zullen komen als er iets op tafel komt, dat aantrekkelijk is voor beide partijen. Het principe land voor vrede heeft niet gewerkt, dus moet er naar iets anders uitgekeken worden en ik zie dus meer in het principe land voor land! Met de citaten uit de eindtijdsprofetieŽn in gedachten ben ik ervan overtuigt, dat er in de nabije toekomst een grootscheepse landruil in het Midden-Oosten zal plaats vinden als de oorspronkelijke grenzen van het oude Filistea hersteld zullen worden en daar de onafhankelijke staat Palestina zal worden gevestigd, die in het Arabisch "Filistin" zal heten! De huidige Gazastrook zal dan fors worden uitgebreid naar het noorden toe tot vlak onder Tel Aviv-Yafo en naar het oosten toe tot in de buurt van Beíer Sheva. Deze staat aan de vruchtbare kust van de Middellandse Zee zal in tegenstelling tot een fictieve staat op de Westbank zeer zeker levensvatbaar zijn, omdat de grond door de Joodse kolonisten, die uiteraard de kibbutzim in het gebied eerst moeten ontruimen, in cultuur gebracht is. Verder zullen de Palestijnen over twee moderne havens beschikken: de haven van Gaza-stad die met Nederlandse hulp zal worden aangelegd, en de haven van Ashdod, die op dit moment de op ťťn na belangrijkste haven is van IsraŽl. Ashdod, de parel aan de Middellandse Zee, is ťťn van de mooiste en modernste steden van IsraŽl. Het is het IsraŽlische Beverly Hills, want dŠŠr woont de jet set, de high society in peperdure spierwitte villaís langs het strandboulevard. Met zijn eveneens spierwitte torenflats en hotels doet Ashdod ook niet onder voor Benidorm of Ibiza! U zult nu wel denken dat ik er maar een eind op los zit te fantaseren, want het is toch helemaal niet realistisch om ervan uit te gaan, dat er ooit een IsraŽlische premier in zijn hoofd zal halen om deze vier moderne en welvarende steden Ashdod, Ashqelon, Eqron en Qiryat Gat op te offeren en aan Arafat over zal dragen in ruil voor vrede! En toch gaat het gebeuren want de Bijbel zegt het! Maar dan wel in ruil tegen de westelijke Jordaanoever, die voor de meeste Joden vanwege de heilige steden zoals Yerushalayim [Jeruzalem], Beit Lechem [Bethlehem], Shíchem [Sichem], Chevron [Hebron] en Beit El [Bethel] van een veel hogere waarde is dan de moderne steden aan de kust, die op hun beurt voor de Palestijnen zeer aantrekkelijk zijn. Bovendien zijn het voor IsraŽl veilige grenzen, omdat Filistea in het westen aan de Middellandse Zee, in het oosten aan de Negev-woestijn en in het zuiden aan Egypte grenst. De enige gemeenschappelijke grens waar het eventueel tot botsingen zou kunnen komen is de smalle strook tussen Rishon leTziyon en Ashdod, die als bufferzone zou kunnen dienen. Wat dat betreft zou deze staat dus helemaal voldoen aan de VN-Resolutie 242, welke IsraŽl veilige grenzen toezegt. Reeds in 1994 schreef ik in een regionale krant een artikel met gedeeltelijk dezelfde strekking als deze bijbelstudie. De reacties hierop waren toen merendeels negatief. Men vond het ver gezocht, want zoiets zou nooit gebeuren! Groot was mijn verbazing daarom, toen ik een half jaar later in de dagbladen een artikel tegen kwam met de opvallende kop: "Minister IsraŽl wil autonomiegebied Gazastrook groter". Volgens dit persbericht heeft de toenmalige IsraŽlische minister van communicatie Aloni van de coalitiepartner Meretz in verband met het nederzettingenbeleid op de westelijke Jordaanoever voor de IsraŽlische radio gezegd dat het gebied van de autonome Palestijnse Gazastrook moet worden uitgebreid! Aloni zei letterlijk: "Het zou normaal zijn als wij in ruil land aanbieden om de Gazastrook te vergroten". Aloni deed haar voorstel midden in een ernstige impasse in het vredesoverleg tussen IsraŽl en de Palestijnen. Er was echter geen reactie van IsraŽlische of Palestijnse kant gekomen. Een soortgelijk voorstel, maar dan van niemand anders dan Arafat zelf stond ook in het jaar 2000 in de krant, enkele weken voordat de Al-Aqsa Intifada begon onder de veelzeggende kop: "Nederzettingen ruilen tegen gebied IsraŽl". Ik citeer: "De Palestijnse leider Arafat is bereid Joodse nederzettingen op de westelijke Jordaanoever aan IsraŽl te laten in ruil voor gebied in IsraŽl zelf. Arafat heeft zich al eerder bereid getoond tot een landruil met IsraŽl. Hij wil wel dat de te ruilen gebieden even groot moeten zijn. IsraŽl geeft tegenstrijdige signalen af wat landruil betreft. De minister van buitenlandse zaken Ben-Ami zegt dat een landruil uitgesloten is. IsraŽlische onderhandelaars op de top in het Amerikaanse Camp David zeiden dat IsraŽl negen procent van de Westoever wil heb-ben in ruil voor 1 procent van IsraŽl." De namen Ashdod, Ashqelon, Eqron en Qiryat Gat zijn in dit verband (nog) niet genoemd, maar de bovenstaand geciteerde nieuwsberichten tonen wel aan, dat wij in een tijd leven waarin wij de Bijbel in de ene hand en het dagblad in de andere hand moeten lezenÖ! Y

Laatste wijziging op: 24-09-2008 09:21